Mogen we wel trots zijn?

Deze weken worden de scores van de eindcito van groep 8 bekend gemaakt. Een VMBO-docente schreef een open brief aan het Jeugdjournaal: waarom zo trots in beeld brengen hoe een kind op school bejubeld wordt omdat ze nul fout had bij de eindcito? De brief ging meteen viral, ook ik deelde hem op Facebook. Want natuurlijk moeten we niet alleen de hoge scores bij een Cito bewonderen, het gaat om de geleverde prestatie, op élk niveau.

En toen kwam deze reactie van een moeder op mijn pagina. Ze schreef: “Ik durf ook niet meer openbaar trots te zijn”. Want ja, ouders van (hoog)begaafde kinderen durven vaak niet te praten over wat hun kind heeft gepresteerd, uit angst dat ze als opschepperig worden gezien. Soms lijkt het of je wel trots mag zijn als je kind een sportieve uitblinker is, maar minder als je kind op intellectueel gebied uitblinkt.

Doe maar gewoon…

In ons nuchtere Nederland mogen we sowieso niet snel trots zijn. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”. Laatst kreeg ik een appje van een vriendin, ze vond dat ik online teveel opschepte over mijn sportieve prestaties: “Het zou toch wat zijn als we dat allemáál zo uitgebreid op Facebook gingen zetten. Je moet het voor jezelf doen, niet voor de buitenwereld”. Het hield en houdt me nog bezig.

De eerste stapjes

Die moeders die trots de foto’s van hun kind showen. Facebook likeDe eerste glimach. De eerste stapjes. De zwemdiploma’s, veterstrikdiploma’s en typedyploma’s. Het eerste blokfluitdeuntje. De een gruwelt ervan en ergert zich rot, de ander geniet mee en drukt vrolijk op duimpjes en hartjes. En als we oma worden, dan gaan we er lustig mee door, hoe trots we zijn op onze kleinkinderen. Vreselijk! Of niet?

Wie bepaalt nu wat er ‘heurt’? Hoor je je in te houden? Hoor je bescheiden te zijn?

“Leven en laten leven”, antwoordde ik die vriendin, “Je hóeft me niet te volgen op Facebook”. En je hoeft me al helemaal niet te vertellen wat ik wel en niet plaats… dacht ik erachteraan.

Kwetsend

Laatst sprak ik een moeder die laaiend was op haar vriendin, want die had op Facebook gejubeld dat haar zoon Havo-advies had gekregen. Terwijl ze toch donders goed wist hoe gevoelig dit onderwerp lag. Want háár zoon had het net niet gehaald, en dat wíst haar vriendin.

Moeten we onze trots inhouden, omdat we daarmee anderen tot last zijn, of kwetsen? Ik krijg het er benauwd van, het raakt enorm mijn behoefte aan vrijheid, iemand die mij vertelt wat ik wel en niet moet doen. “Ik heb van huis uit geleerd dat ik niet mag opscheppen, dus dan mag jij het ook niet doen”. In de grote buitenwereld woeden soortgelijke discussies: vrijheid van meningsuiting versus vrijheid van godsdienst. Mag je zeggen wat je wilt, of moet je zorgen dat je niemand kwetst? Er is vast een middenweg…

Waarom zijn we trots?

Waarom zijn we eigenlijk trots op onze prestaties? Volgens mij is het een gevoel van ultieme tevredenheid: “Dat heb ik goed gedaan”. trots op je kindMaar waarom willen we (lees: een aantal van ons – ook ik, zei de gek) dat zo graag delen op social media? Ik vroeg aan mijn moeder van 82 hoe zij hierover dacht. Ze antwoordde: “We zoeken iemand die ons bevestigt en prijst, zodat we ons nog trotser voelen. En dat is goed voor ons zelfvertrouwen”. Ja. We willen constant bevestiging. Is dat niet een beetje kinderlijk? Mijn moeder: “Het is een vriendelijke spiegel”. En zo is het… we horen graag van anderen dat we het goed doen. De een heeft er genoeg aan om dat tegen zichzelf te zeggen, de ander hoort het graag van anderen.

Trots op je kind

Trots zijn op je kind, en dat hardop zeggen, is weer een tandje erger. Want wat zeg je dan eigenlijk…: “Ja mensen, dat kind heb ík gemaakt, en kijk eens wat hij kan! Hij kan al doorslapen, hij kan zulke grappige dingen zeggen, hij kan al zelf naar de supermarkt… ”… en die rij is oneindig. Onzekere mensen kúnnen erin horen: “Mijn kind is beter dan jouw kind”. En daar houden we niet van, mensen die zich superieur opstellen, waardoor wij ons inferieur voelen. Of gewoon jaloers?

Maar ga eens eerlijk bij jezelf na, denk je écht dat dat de onderliggende boodschap van een trotse ouder is: mijn kind is beter dan jouw kind? Zou het niet kunnen zijn dat die moeder gewoon denkt: “Ik heb hem helpen doorzetten, ik weet hoeveel moeite dit hem heeft gekost, en ik weet hoe het ook wel eens mis ging, dus ik ben érg tevreden en dus apetrots!”

En… spiegeltje, spiegeltje…

Soms is het goed om ook even naar binnen te kijken. trots social mediaWaarom voel ik deze trots? Waar heb ik behoefte aan? Waar komt dat lekkere gevoel vandaan als iemand mij een like geeft op Facebook? Welk innerlijke kind staat er dan blij te springen? De Sire-campagne begin dit jaar gaf het ook al aan: “Voor wie doe je het eigenlijk?”. Je hoeft er niets mee te doen, maar een beetje bewustwording kan geen kwaad. Zodat je ook met mildheid en humor naar jezelf kunt kijken, als je weer lekker trots en uitbundig doet: “Oeps haha, daar gá ik weer!”.

Terug naar die brief over het VMBO…

Wat ik vooral mooi vind aan die ingezonden brief, is: we moeten niet alleen de slimste kinderen ophemelen. Élk kind verdient een trotse vader of moeder. Gewoon om wie hij is en om alle hobbels die het telkens opnieuw leert nemen. Want we leren wat af bij het opgroeien. En als we ons gezien worden in de moeite die we ergens in stoppen, en als we erkenning krijgen voor de prestaties die we hebben geleverd, dan sterkt dat ons vertrouwen dat we nog véél meer kunnen. En dat is wat je kinderen van elk schoolniveau wilt meegeven: voldoende zelfvertrouwen om de wijde wereld in te stappen.

 

Zo zorg je dat je zelf niet ontploft bij je kind

Een veel gestelde vraag van ouders is hoe ze omgaan met hun eigen boosheid. Want je hebt zelf vast wel ontdekt dat wanneer je zelf je geduld verliest en ontploft, de situatie sneller escaleert. Als mensen boos zijn, zijn ze onbereikbaar: we kunnen dan ook moeilijker bij de hulpbronnen (van binnen of van buiten) die ons rustig krijgen. Dat geldt zowel voor je kind als voor jezelf. En voor je het weet sta je schreeuwend langs elkaar heen te praten: niemand voelt zich erkend en niemand luistert echt naar wat de ander wil.

Zo zorg je dat je zelf niet ontploft

De belangrijkste les voor ouders is: laat de sterkste de eerste stap zetten. En dat ben jij als volwassene. Zodra een van de twee kalmeert, zal de ander ook kalmeren. boosheid moederMaar hoe doe je dat? juist je eigen kind weet vaak precíes op welk knopje het moet drukken om jou over de zeik op de kast te krijgen. In dit blog lees je de 4 stappen die je helpen om je kalmte te bewaren of te herpakken.

Stap 1: zorg voor een volwassen innerlijke staat

Met deze stap kun je nu al beginnen, niet in het heetst van de strijd, want deze gaat meer over je mindset: wie ben jij als ouder en wat is jouw rol in het grootbrengen van je kind? Bij boosheid schieten we als volwassenen vaak in een oud stukje: we voelen ons niet gezien, niet gehoord, niet gerespecteerd. Ga maar eens na bij jezelf wat voor gevoelens de laatste scène met je kind bij jou opriepen, en of je die gevoelens van vroeger herkent. En besef dan, dat jij nú de volwassene van de twee bent.

Jouw kind moet nog veel dingen leren en het is jouw taak om het daarbij te helpen. Denk bijvoorbeeld aan: motivatie, uit jezelf dingen doen, voorzichtig doen zodat je beker niet omvalt, zelfstandig worden, stoppen als je broertje aangeeft dat het genoeg is. En ook het omgaan met emoties moet het leren. Boosheid bijvoorbeeld is een heel belangrijke emotie: een boos kind kan heel goed zijn grenzen aangeven. Misschien alleen nog niet op zo’n handige manier. Dus wat moet je kind nog leren als het boos is? Hoe wil je dat je kind zijn/haar boosheid uit? Hoe kun jij daarbij helpen?

Stap 2: Neem afstand (letterlijk)

Als je voelt dat je “ontploft”, werkt er maar een ding: afstand nemen. En soms is het nodig dat je dat ook echt letterlijk doet: ga op de wc zitten, als je kinderen met elkaar aan het klieren zijn. Of loop naar boven of naar buiten. vader boosheidLaat ze het even zelf uitzoeken, daar leren ze van. Tel tot 10, zoek afleiding, en focus je even op je ademhaling: is die snel en hoog? Kun je hem meer omlaag brengen? Zodra je meer met je buik ademt, word je ook weer rustiger. En dan kun je ook weer helderder denken en voelen.

Stap 3: Neem afstand (figuurlijk)

Deze stap vereist wat oefening, en is voor de een gemakkelijker dan voor de ander: bekijk de situatie eens van een afstandje. Doe net of je een vliegje op de muur bent, die bekijkt wat er zojuist gebeurde tussen jou en je kind. Het vliegje ziet jou, met je behoeften en gevoelens, het ziet hoe jij deed, wat je zei en wat je lichaamstaal was. En het vliegje ziet ook wat je kind deed, wat het zei en wat zijn lichaamstaal was. Welke behoefte heeft die ouder die je ziet, zo vanaf de muur? En welke behoefte heeft dat kind? Was het lekker aan het spelen terwijl het plots iets anders moest doen? Is het boos omdat iets niet eerlijk is en wil het rechtvaardigheid? Je hoeft als vliegje niemand gelijk te geven, je observeert gewoon wat je ziet. Als je deze (innerlijke) beweging kunt maken, maak je het jezelf gemakkelijker om rustig te blijven en om aan te voelen wat je nu het beste kunt zeggen of doen.

Stap 4: Zoek contact

Deze stap kun je vaak pas maken als je de andere 3 stappen hebt doorlopen. Want hoe moeilijk is het als je zelf niet meer helder kunt denken, om dan als eerste toenadering te zoeken? Toch is het de enige manier om jezelf en je kind weer te kalmeren (als jullie allebei oververhit zijn geraakt). En het is zo belangrijk voor je kind om te zien hoe jij dat doet! boosheid goedmakenVertel wat er met je gebeurde, waarom je zo boos raakte, wat je van binnen voelde, waar het je aan deed denken. En erken de gevoelens van je kind: “Jij wilde graag nog langer in bad blijven he?”, “Je had ook nog helemaal geen zin in je huiswerk he?”, “Je zat midden in je game zeker, toen ik je riep?”.

Kijk maar eens hoe de ander opgelucht zucht, als het klopt wat je zegt. Pas na die erkenning kun je vertellen waarom wat jij wilt/wilde, zo belangrijk voor je is. En als het iets is dat vaker gebeurt, kunnen jullie rustig afspraken maken over de toekomst. Of praat het eens niet helemaal uit, maar geef elkaar gewoon een lekkere knuffel. Scènes horen erbij, en het leven gaat gewoon weer verder!

En vooruitkijkend…

Ben jij trouwens net zo’n heethoofd als je kind? Dan hebben jullie heerlijk oefenmateriaal aan elkaar… Jij kunt je kind als de beste voorbereiden op alle hobbels en tegenslagen die het leven nog kan geven. En op een rustig moment kunnen jullie samen eens bekijken wat nu wel en wat niet helpt, om de wederzijdse thermometers omlaag te helpen…zodat je niet meer zo snel ontploft!

 

 

 

Stap voor stap met de stappenteller

Vorig jaar organiseerde ik de 30 dagen beweging challenge met een enthousiaste groep deelnemers. Dagelijks kregen de deelnemers een motiverende e-mail. Ieder koos zelf een doel en manier van bewegen, en in de bijbehorende Facebookgroep konden ze hun ervaringen delen. Enthousiast begonnen er een paar met dagelijks te melden hoeveel stappen ze die dag hadden gezet. Dat was mijn eerste ervaring met het fenomeen stappenteller. Niet wetende dat ik er binnen een jaar zelf verslaafd aan zou raken…

Negatieve impulsen

Tijdens die challenge ontving ik een privéberichtje over van een andere deelnemer: Die apps waar ze over schrijven geven negatieve impulsen op hun gedrag. Misschien zou je ze kunnen adviseren om te stoppen met deze apps, omdat ze zelf allang weten wat goed voor hun is en hoeveel ze bewegen?

Daar moest ik even over nadenken. Negatieve impulsen, hoezo? Als ‘ze’ er lekker mee gaan bewegen, wat is daar dan mis mee? Ik snap de opmerking wel, maar ik ben ook wel van het pragmatische: als het werkt dan werkt het.

1,5 uur per dag extra

Inmiddels doe ik het zelf ook een maand: 10.000 stappen per dag. Waar ik vóór die tijd nog maar 1.500-2.000 haalde met mijn zittende bestaan. Ik moet er 1,5 uur bij wandelen, dat betekent dat ik daar écht tijd in moet investeren. Keuzes maken: administratie doen, of even wandelen? Een blog schrijven of even wandelen? En langzaamaan is deze nieuwe gewoonte in aan het slijten.

Eigenschappen die het goed doen bij een stappenteller

Tijdens het lopen grinnik ik af en toe over het absurde: hoe komt het nou dat zo’n stappenteller bij zoveel mensen zo enorm aanslaat? Volgens mij is dat omdat we gebruik maken van onze verborgen driften:

  • verlangen om te scoren
  • je wil om alsmaar (nieuwe) doelen te halen
  • de kracht om door te zetten
  • de verslaving aan je apparaat en
  • je behoefte aan applaus.

Heb je een van deze eigenschappen, dan is de kans groot dat je ook erg goed zou gedijen op een stappenteller! Eigenlijk doen we met coaching hetzelfde: we kijken naar iemands talenten/eigenschappen, en zetten die juist in om doelen te bereiken. Een energiek kind laten we springen om de tafels te leren. Een fantasierijk kind laten we zelf heel veel oplossingen verzinnen.

Doorgeslagen doorzetter

Ik heb ik een talent voor doorzetten: als ik ergens mijn zinnen op gezet heb, kan ik doorslaan in fanatisme om het te bereiken. Of het nou de 10 km hardlopen is, of een bepaald level in Candy Crush, of het doorgronden van een nieuwe marketingtool, het nemen van een dagelijkse koude ochtenddouche, een jaar lang haren wassen zonder shampoo… been there, done that. Ik hou wel van een beetje gek en sla er dan in door; en het volhouden ervan geeft me telkens opnieuw een kick. Ging ik eerst voor de 10.000 stappen per dag, inmiddels probeer ik minimaal 11.000 te halen. Ik pas mijn dagschema erop aan, ik sta er eerder voor op. Ik neem mijn loopschoenen mee naar werk, zodat ik tussendoor ‘even’ kan…

De voordelen

Naast de trots op jezelf geeft het dagelijkse wandelen natuurlijk een hoop lichamelijke voordelen:

  1. Je wordt er vrolijk van, door de endorfine die je lichaam aanmaakt
  2. Je maakt meer vitamine D aan door die extra uren buitenlucht
  3. Je conditie verbetert
  4. Je lijf wordt strakker
  5. Je stress vermindert
  6. Je doorbloeding verbetert
  7. Je stoelgang verbetert
  8. Je verbrandt veel calorieën! Ik las ergens dat per 7.000 calorieën je een kilo gewicht verliest. En ik verbrand er nu zo’n 500 per dag.

En zo zijn er nog wel meer bewezen voordelen. Het mooie is ook dat het je niets kost, alleen een paar goede schoenen.

Stap voor stap aan de stappenteller

Het is niet moeilijk om te beginnen met stappen tellen.

Stap 1 Zorg voor een stappenteller

Veel smartphones hebben een health app/gezondheidsapp. Heb je bijvoorbeeld een iPhone 5 of hoger? Dan kun je daarin – zonder dat je het vooraf hebt aangezet – je stappen van de afgelopen weken al zien. Kijk maar eens onder ‘activiteiten’ wat er bij jou gemeten is! Bij mezelf schrok ik ervan: het was maar 1.500-2.000 stappen per dag, ik leidde echt een zittend bestaan, ook op werk.

Uiteraard kun je ook stappentellers in de winkel kopen, van een paar euro tot heel geavanceerd. Of van die armbandjes die je activiteiten meten.

Zelf heb ik een extra app geïnstalleerd: Steps App. Maar daarin bestaan veel varianten. Met zo’n app kun je net wat meer statistieken bijhouden.

Bij de instellingen kun je aangeven hoeveel cm een stap van jou is: dan weet je na je loopjes ook meteen hoeveel kilometer je gelopen hebt.

Stap 2 Stel jezelf een doel

Zorg dat je doel een stuk verder gaat dan wat je nu al dagelijks loopt. Probeer eens een paar dagen om bijvoorbeeld 5.000 stappen extra te zetten. Dat is ongeveer 3,6 km, zo’n drie kwartier wandelen. Hou dat eens een paar dagen vol en laat je lijf wennen aan dit nieuwe ritme. Later kun je je dagelijkse doel stapsgewijs verhogen.

Stap 3 Ga gewoon beginnen

De grootste motivatie ontstaat in het dóen: ga eens een wandeling maken en ervaar hoe het voor je is: hoe bevalt de lengte, wat doet het met je gevoel, hoe vermaak je je onderweg, hoe vond je de route… en natuurlijk: hoeveel stappen heb je gezet? Komt het al in de buurt van je doel? Is je doel haalbaar?

Stap 4 Maak er een dagelijkse gewoonte van

Ga na welk doel (ook qua tijd) in jouw leven past. Heb je een drukke werkdag? Dan kun je ook een uurtje eerder opstaan voor een wandeling. Of ‘s avond na het eten nog een rondje doen. En als je jezelf een lunchwandeling aanwent, kom je ook al een heel eind.

Stap 5 Zorg voor contact met gelijkgestemden

Het kan mensen erg motiveren om met ‘lotgenoten’ in aanraking te komen. Ken je iemand die ook stappen zet, deel daar dan je ervaringen mee. Je kunt elkaar nét even over de streep trekken op de dagen dat je minder zin hebt.

Stap 6 Evalueer je doel

Wordt het steeds gemakkelijker om je doel te bereiken? Kijk dan eens of je het nog een beetje kunt stretchen. Zelf merkte ik dat ik bij het doel 10.000 vaker tegen de 11.000 eindigde. Dus maakte ik 11.000 mijn nieuwe doel. Zo kun je er zelf een beetje mee spelen, al naar gelang de mogelijkheden op je dag.

 

Let op: op 1 mei 2017 start ik de 30 dagen Stappen Challenge. Doe je ook weer mee? Kijk hier voor meer informatie!
 

 

De Dramadriehoek, voor je het weet zit je erin

Soms heb je dat wel eens… iemand zegt iets wat verkeert valt, en je schiet meteen in de emotie. Dat overkwam mij ook laatst. En ik voelde hoe ik automatisch in de verdediging of tegenaanval wilde gaan.

Kort ervoor had ik geleerd over de Dramadriehoek. Over hoe we in onze communicatie bepaalde rollen innemen en zo het ‘drama’ zelf in stand houden. En hoe je kunt zorgen dat je verder escaleren voorkomt. Maar hoe dan?

De Dramadriehoek

De Dramadriehoek (ook wel de ‘Karpman-driehoek’) is een model uit de Transactionele Analyse. Als een gesprek niet lekker loopt, dan is de kans groot dat je in deze driehoek zit. In dit ‘spel,’ zoals het in de theorie heet, neemt ieder zijn eigen rol:

De Dramadriehoek

De 3 rollen

Elk van de 3 rollen in de Dramadriehoek heeft zijn eigen manier van praten. Probeer je maar eens een conflictsituatie voor de geest te halen, en kijk wie in welke beschrijving past:

De Aanklager:

“Jij doet het helemaal fout”
“Zo wordt het hier niks”
“Het is ook altijd hetzelfde”

Kenmerken van de Aanklager:

  • verbergt zijn eigen zwakte en wijst anderen op zwakke plekken
  • beschouwt anderen als minderwaardig of niet competent
  • doet beschuldigend, geïrriteerd en arrogant
  • ontkent zijn eigen aandeel in het geheel

De Redder
“Ik wil alleen maar helpen”
“Als je nou eens dit doet”
“Ik heb even voor je…”
“Je moet maar eens”

Kenmerken van de Redder:

  • geeft graag ongevraagd hulp en advies, in de vorm van oplossingen
  • denkt anderen te moeten helpen omdat ze zelf niet competent genoeg zijn
  • neemt verantwoordelijkheid over
  • maakt anderen afhankelijk en zichzelf onmisbaar

Het Slachtoffer
“Ik heb altijd pech”
“Zo voel ik me niet serieus genomen”
“Ik wil het wel, maar…”

Kenmerken van het Slachtoffer:

  • gedraagt zich hulpeloos, zoekt steun en wacht af
  • laat voor zich zorgen, dwingt zorg af, heeft anderen nodig
  • komt met smoezen en uitvluchten
  • ziet zichzelf niet in staat zijn eigen problemen op te lossen
  • emotie neemt de overhand
  • doet hij zielig genoeg, dan roept hij medelijden aan bij de Redder
  • roept hij irritatie op, dan daagt hij de Aanklager uit

Soms verruilen mensen binnen een gesprek of conflict van rol, door naar een andere positie te gaan. Voelt de Redder zich niet gewaardeerd, dan neemt hij de rol van Slachtoffer: “Ik doe het nooit goed”. Of misschien juist van Aanklager: ”Ik wou alleen maar helpen, hoor!”. Doordat iedereen telkens van plek wisselt, houd je met elkaar de driehoek in stand, het is net ‘boompje verwisselen’…

Wat gebeurt er als je erin zit?

Het woord zegt het al: deze driehoek leidt tot drama. Het hele spel is gebaseerd op ongelijkheid: de een vindt zichzelf beter of juist minder dan de ander. Eigenlijk zie je bij elke rol terug:

  • De Aanklager en Redder zeggen elk: Ik ben OK, jij bent niet OK
  • Het Slachtoffer zegt: Ik ben niet OK, jij bent wel OK

Zit je erin, dan is de kans groot dat je de posities nog versterkt ook. De Aanklager gaat nog meer boos doen, het Slachtoffer voelt zich nog meer slachtoffer, de Redder probeert alsmaar te redden wat er te redden valt…

De Dramadriehoek thuis

Je herkent het misschien wel bij gedoetjes binnen je gezin. Heel traditioneel zie je zo vaak de ‘strenge vader’ bij de Aanklager, de ‘moederende moeder’ bij de Redder, en het hulpeloze kind bij het Slachtoffer. Maar die moeder kan ook goed in de rol van Slachtoffer duiken als er niet genoeg waardering is. En het kind kan ook Aanklager worden naar de moeder: “Jij hebt mijn tas niet goed ingepakt!” of bijvoorbeeld naar de vader: “Je zit zélf ook steeds op je telefoon!”

De Dramadriehoek op je werk

Binnen afdelingen of tussen teamleden en hun manager komt ook vaak de Dramadriehoek voor. Ik heb hem als afdeling wel meegemaakt, de slachtofferhoek: “Niemand neemt ons serieus”. En andere afdelingen die klaagden: “Jullie zorgen alleen maar voor vertraging”.

Als je een leidinggevende hebt die in de rol van Aanklager zit, is dat niet gemakkelijk, omdat de hiërarchie ook nog meespeelt. Ze beschuldigen zonder met oplossingen te komen: “Door jullie halen we onze target niet”; “Als je thuis werkt kan ik je niet vertrouwen”. Of je hebt een leidinggevende als Redder, die continu komt vertellen hoe je je werk beter kunt doen, of checkt of je die ene klant al gebeld hebt. Voor je het weet raak je geïrriteerd en pak jij de rol van Aanklager.

Hoe kom je eruit? “Ik ben OK, jij bent OK”

Om verder drama te voorkomen, moet je zorgen uit de driehoek te komen. Dat doe je via de volgende stappen.

  1. Wees je ervan bewust dat je in de driehoek zit: herken het en erken het.
  2. Weiger om nog langer één van de drie rollen aan te nemen. Het is een spel dat je in stand houdt zolang er spelers zijn. Als één niet meer meedoet met spelen, stopt het spel.
  3. Adem in… adem uit… Neem de basishouding aan dat iedereen gelijkwaardig is: “Ik ben OK, jij bent OK”
  4. Toon je werkelijke gevoelens
  5. Vraag eerlijk om wat je nodig hebt
  6. Praat over je al dan niet primitieve gevoelens (vanuit een volwassen positie)

Als je het vanuit de 3 verschillende rollen bekijkt, moet elke rol wat anders doen om uit de Dramadriehoek te komen:

  • Het Slachtoffer moet realistisch gaan doen: verantwoordelijkheid nemen voor eigen gedachten, gevoelens en behoeften. Zich kwetsbaar opstellen en zélf op zoek gaan naar oplossingen. Of op een volwassen manier vragen: “Wil je me even helpen?”
  • De Redder gaat positief helpen en niets meer of niets minder doen dan afgesproken. Vraag gewoon: “Kan ik iets voor je doen?”. Ben je een typisch ‘redderende’ ouder? Stop ermee: maak afspraken over waar jouw hulp nodig is en waar niet. Je zet je kind in zijn/haar kracht als je zelf een stapje terug doet.
  • De Aanklager kan positieve feedback geven en is daarbij ook duidelijk over de eigen grenzen. Begin zinnen met: “ik vind…”, “ik voel…”, “ik wil…”, zonder de ander daarbij te kwetsen.

Maar hoe doe je dat, de ander OK vinden…?

Tot zover de theorie… het is gemakkelijker gezegd dan gedaan: ik ben OK en jij bent OK. Want na het lezen van dat appje dacht ik wel anders in mijn boosheid/gekwetstheid.

Mijn tip: neem de tijd en zet een stapje naar achteren. Onderzoek je gevoelens, kijk eens vanaf een afstandje wat er nou feitelijk gebeurd is. Doe net of je een vliegje op de muur bent, dat naar persoon A en naar persoon B kijkt. Wat zie je dan eigenlijk? Hoe doen ze? Wat zeggen ze? Wat is nu eigenlijk probleem? Van wie is het probleem? Dat haalt de emotie er wat meer af.

En bedenk dan hoe je wilt reageren, zonder verwijt. Verzin woorden en zinnen die oprecht zijn en tóch de ander niet kwetsen.

De Dramadriehoek… wees op je hoede, voor je het weet zit je er middenin!

 

 

De kracht van verhalen vertellen

Hele volksstammen hingen vroeger aan de lippen van verhalenvertellers en troubadours. Er was geen radio, geen televisie, geen Youtube of Whatsapp. Ik zie het helemaal voor me, bij een vuurtje, of in een hutje, allemaal in een kring om die ene wijze man of vrouw. Het lijkt me eigenlijk best gezellig. Tegenwoordig doen we het weer op onze manier, met het lezen van boeken of blogs, of we laten ons via films laten meevoeren in de verhalen van anderen.

Spiegel voor jezelf

En wat een cadeau is het voor je als kind, als je een leraar of lerares hebt, die verhalen vertelt! Want ervaren trainers weten het: met verhalen, metaforen, bereik je de mensen in je groep pas écht. Onbewust ga je als luisteraar mee in het verhaal, spiegel je hoe je zelf zou reageren, pik je juist die levenslessen eruit, de dingen die jij op dat moment nodig hebt. Zo werkt het bijvoorbeeld ook met sprookjes.

De verhalen van de juf

En mijn zoon is een bofkont: hij heeft dit jaar zo’n juf.  Al maanden komt hij enthousiast uit school, en vertelt over de verhalen van de juf. Over toen ze zelf nog kind was, toen ze puberde,verhalen vertellen wat ze allemaal deed om erbij te horen, en over de belevenissen in haar eigen gezin. Haar kwetsbaarheid maakt dat kinderen zich ook kwetsbaar durven opstellen. Dat ze hun nek durven uitsteken, dat ze nadenken over hoe ze omgaan met elkaar. En ik merk hoe de verhalen nog lang bij hem nasudderen. Zoals in het volgende voorbeeld.

Mama is boos…

Het is dinsdagmiddag en hij moet naar voetbaltraining. Maar hij is nog niet thuis, terwijl de school al een uur uit is. Ik zit me op te fokken… dit is de zoveelste keer. Hij wéét dat hij voetbal heeft op dinsdag. En dat hij dan op tijd thuis moet zijn. Uiteindelijk stap ik boos op de fiets om hem te gaan halen van het veldje bij school.  verhalen vertellen Terwijl we samen terug fietsen naar huis, ben ik nog steeds boos: boos dat ik hem moest halen, boos dat hij alwéér niet uit zichzelf op tijd was, en nu ook boos dat hij zich niet schuldbewust gedraagt. Hij begint nog te praten over zijn schooldag, alsof er niks aan de hand is. Ik mok thuis nog wat door, terwijl hij zich gaat omkleden. Dan heeft hij nog lef ook om te vragen of ik ondertussen wat drinken voor hem klaar kan zetten (“Als je op tijd was geweest dan had je daar zelf de tijd voor gehad”). Met een strenge blik dirigeer ik hem de auto in, richting voetbal.

Mama blijft boos…

Zo zitten we naast elkaar in de auto stil te zijn. Ik kan dat dan best lang volhouden, al zeg ik het zelf. Als coach zeg ik wel eens tegen ouders: ‘Laat de sterkste de eerste stap zetten’, en dan bedoel ik natuurlijk de ouder, niet het kind…Maar ik zat nog even lekker in mijn slachtofferrol. Want wie van ons twee doorbreekt de stilte? Hij!

“Ik begrijp waarom je boos bent, mama”

“Ik begrijp waarom je boos bent mama,” begint hij. “De juf had daar laatst een verhaal over verteld en dat was precies zo’n situatie als nu.” En hij vertelt over hoe zij een keer boos was op iemand, en waarom, en hoe lang ze daarna tegen elkaar zwegen. Meer vertel ik niet hier, want het is een persoonlijk verhaal. Het gaat er vooral om, dat ze aan de klas heeft verteld hoe het weer goed kwam.

“En dat is precies wat ik net ook had, mama”, vervolgt hij. “Ik was al boos op mezelf, dat ik de tijd was vergeten en dat jij me moest komen halen. Maar toen werd jij ook nog eens boos op mij. En toen voelde ik me nog rotter over mezelf. En dus werd ik ook boos op jou. Zo was het bij de juf ook.”

Inspirerend

Mijn boosheid is meteen verdwenen. Wat een sterke move van deze 11-jarige. In gedachten dank ik de juf voor haar wijze verhalen. En ik raak in een jubelstemming. Want wat is het toch interessant en inspirerend, hoe je door het delen van dit soort ervaringen allerlei schakels in de hersenen van die kinderen op ‘aan’ weet te zetten! Door de verhalen van anderen leren ze hoe het leven werkt. Hoe mensen communiceren, hoe ze soms domme dingen doen en dat weer recht zetten. Hoe je over je gevoelens praat. En hoe je ruzies weer uitpraat.

Ook jij hebt je verhalen

Als ouders kun je dit natuurlijk ook, we hebben allemaal een schat aan ervaringen in onze rugzak: dingen waar je trots op bent, dingen waar je niet trots op bent, dingen uit het Echte Leven. Deel je verhalen, neem eens de tijd om te vertellen hoe het voor jou als kind was. Of je erbij hoorde of niet, en hoe je daarmee omging. En over hoe je je best deed om gezien te worden, om op te vallen. Of hoe je met sport was, of over hoe je omging met de regels in huis.

Je zult merken, dat als je je boodschap in een verhaal verpakt, het op een ándere manier aankomt dan wanneer je rechtstreekse tips of aanwijzingen geeft. Ga er eens mee experimenteren…en laat je verrassen door de leuke gesprekken die ontstaan!

10 tips om je huiswerk beter te onthouden

“Ik heb het hele weekend Frans geleerd, en toch had ik een 1”, vertelde de jongen tijdens de laatste les van ‘Ik leer leren’. Hij zit in 2 VWO, een brede interesse, weet zichzelf af en toe wel te motiveren om aan de slag te gaan en kan best dingen onthouden. Dus hoe kan hij dan na een heel weekend leren tóch een 1 halen? Ik vraag door over hoe hij geleerd heeft. En of hij zich laat overhoren. Het bleek dat hij vooral de woordjes leest in plaats van leert. Alsmaar opnieuw lezen, dan beklijft het niet genoeg. Wat kun je nou het beste doen, om te zorgen dat je de lesstof onthoudt? In dit blog lees je hier 10 handige tips voor.

1.      Herhalen, herhalen, herhalen

De aloude tip… om dingen te leren moet je ze vaak oefenen. Net zoals je hebt leren fietsen, zwemmen of autorijden: bij nieuwe dingen die je leert maak je nieuwe hersenverbindingen aan. En door iets vaker te herhalen, worden die verbindingen steviger en gaat het telkens gemakkelijker. Vergelijk het een stuk gras, waar alsmaar mensen overheen lopen: waar het gras er eerst wat platgetrapt uitziet, vormt zich steeds meer een paadje.

2.      Sluit aan op voorkennis

Je hersenen vinden het fijn om dingen op te slaan bij de informatie waar het bijhoort. onthouden huiswerkAls je vóór het leren van een tekst al bedenkt wat je al weet van een onderwerp, zal de nieuwe informatie gemakkelijker een plekje in je hoofd vinden.
Moet je een lap tekst leren, lees dan eerst de titel van het hoofdstuk en de kopjes van de paragrafen. Zo krijg je al een beeld van wat er globaal in staat, waarna je hersenen startklaar staan om verder ‘gevoed’ te worden.

3.      Vat elke alinea samen

Als je een alinea gelezen hebt, kijk dan even op, en vat samen wat je net gelezen hebt. Dit hoeft niet per se schriftelijk, het gaat erom dat je het zó aandachtig hebt gelezen, dat je het met je eigen woorden kunt navertellen. Zo voorkom je dat je het leest terwijl je gedachten naar heel iets anders afdwalen. En bedenk na het lezen ook meteen wat het verband is met de titel van de paragraaf, en wat het verband is met de rest van het hoofdstuk. Ga dan pas verder met het lezen van de volgende alinea.

4.      Ga actief aan de slag met de stof

Zoals al bij tip 3 aangegeven, alleen lezen is niet genoeg. Ga bij alles wat je leert na, hoe je hier actief mee aan de slag kunt gaan. Maak een samenvatting, maak een tekening, maak een mindmap, verzin ezelsbruggetjes, maak een rebus of liedje, of doe alsof je de leraar bent en verzin de toetsvragen. Laat iemand in je omgeving het je nog eens uitleggen… of leg het zelf aan iemand anders uit, zodat je meteen doorhebt of het in je hoofd zit.

5.      Overhoren is scoren

Echt… overhoren is dé manier om je hersenen te trainen in het ‘eruit halen’ van de leerstof, precies dat wat je bij een toets op school ook moet doen. geheugen huiswerkOverhoren dwingt je om actief te zoeken naar antwoorden, wat niet gebeurt als je de stof alleen maar doorleest. Zoek naar een manier van overhoren die bij je past: je kunt jezelf overhoren, door vragen over de lesstof te maken en beantwoorden, je kunt de computer erbij gebruiken (woordjesleren.nl, WRTS), of je vraagt iemand in je omgeving om het te doen.
Uiteraard moet je jezelf pas overhoren, als je éérst geleerd hebt: je kunt pas iets úit je hersenen halen, als het er eerst is ingestopt. Denk eraan, dat je eerst 10 minuten wat anders doet, voor je je laat overhoren: dan weet je zeker dat het in je langetermijngeheugen zit.

6.      Maak het leuk

Als je dingen doet die je leuk vindt, zul je de lesstof veel gemakkelijker onthouden. Dat komt omdat je hersenen dan endorfine en dopamine aanmaken. Deze stofjes helpen je geheugen beter te werken. En hoewel herhaling goed is voor het leren van dingen, kan teveel van hetzelfde doen het leren juist saai maken. Gebruik humor, bedenk grappige ezelsbruggetjes, zet prettige muziek aan, zorg dat je in een goede stemming bent voor je begint, zorg voor afwisseling tussen gemakkelijk en moeilijk, tussen leer- en maakwerk, en houd pauzes waarin je even lekker gek kunt doen.

7.      Gebruik al je zintuigen om het te onthouden

Je kent ze vast wel, filmpjes van hele klassen die springend of klappend de tafels leren. Als je je lijf inzet, blijft de stof beter hangen in je geheugen. Je kunt ook de leerstof herhalen terwijl je alsmaar met een bal tegen een muur gooit. Of terwijl je de trap op en af loopt. Je kunt ook je gehoor inzetten: spreek woordjes, lesstof en definities in op je smartphone en luister ze daarna af. Ben je erg visueel ingesteld, schrijf de dingen die je maar moeilijk kunt onthouden eens op kaartjes. Het Nederlandse woord op de ene kant en het Franse woord op de andere, en speel memory met jezelf. Of maak een filmpje in je hoofd van de lesstof.

8.      Plan het leerwerk over meerdere dagen

Drie maal 10 minuten leren is beter dan éénmaal 30 minuten leren. Start op tijd! Maak een planning zodra je een toets of overhoring hebt opgekregen: zorg dat je elke dag een nieuw deel leert en een vorig deel herhaalt. Per saldo ben je dan echt niet méér tijd kwijt; én je zult het een stuk gemakkelijker onthouden.

9.      Stop als je met tegenzin bezig bent

Er is geen slechtere manier van leren, dan wanneer je met tegenzin begint. Dan kun je net zo goed meteen iets anders gaan doen, anders is het zonde van je tijd. Ga even wat anders doen en ga dan met goede moed verder. Pep jezelf op, zorg voor positieve gedachten, bedenk waar je het voor doet en vooral voor wie… schouders recht en gáán!

10.  Zorg goed voor je lijf

gezond levenEen gezonde levensstijl zorgt ervoor dat je hersenen beter werken en dat je de dingen beter zult onthouden. Dus zorg voor voldoende slaap, gezonde voeding en genoeg beweging. Des te meer rendement haal je uit de uren die je in het leren stopt!

Groene gedachten…

De jongen die een 1 voor Frans had, liet zich nooit overhoren. Hij was bang dat hij dan fouten zou maken. We pakten les 2 van de training er nog eens bij, over rode en groene gedachten. Hoe zou het zijn, als je ervan uit ging dat je van je fouten alleen maar slimmer wordt? Omdat je dan precies weet wát je nog wat extra aandacht moet geven? Of dat je de gedachte omarmt dat je best om hulp mag vragen?

Vol goede voornemens verliet hij na afloop de ruimte. Ik ben heel benieuwd hoe zijn volgende toets is gegaan!

 

 

Zou ‘Ik leer leren’ iets voor jouw kind zijn?
Kijk dan eens op www.ikleerlerenhoofddorp.nl of op de landelijke pagina www.ikleerleren.nl voor een trainer bij jou in de buurt!

Linksaf of rechtsaf… gamen of huiswerk?

We zijn bij de tweede les van ‘Ik leer leren’ beland, over motivatie. Ik geef hem een paar matjes in de hand en vraag hem om die neer te leggen: eentje voor waar je nu staat. Eentje voor je school en eentje voor huiswerk. En dan een mat voor het gamen. En tenslotte eentje voor wat je later wilt worden.

Mooie route

Zonder na te denken legt hij de matjes neer in de ruimte. Linksaf of rechtaf gamen of huiswerkVanaf deze eerste mat (‘waar je nu staat’) loopt er naar rechts een mooie route via school en huiswerk naar zijn droomberoep: hij wil erg graag architect worden. Als je vanaf het eerste matje naar links kijkt, ligt daar het matje van het gamen. Hij mag ook op elk matje even voelen hoe het is. Hoe voelt het als je je doel (architect) bereikt hebt, na al dat harde werken? Ik zie zijn ogen stralen. Eindelijk iets doen wat hij écht leuk vindt. Vanaf die plek ziet hij ook hoe het matje van gamen wel heel erg in de andere richting ligt.

Linksaf is verleidelijk

“Dat is interessant,” zeg ik. “Ga nog eens staan op het matje van nu. En kijk eens naar rechts, welk pad daar uitgestippeld ligt. En kijk eens naar links.” Hij begint te knikken. Hoe verleidelijk is het niet, om na school lekker te gaan zitten gamen? Om linksaf te slaan? Elke dag opnieuw, elk moment van vrije tijd, sta je weer opnieuw voor de keuze: ga ik linksaf, of ga ik rechtsaf?

Linksaf… of rechtsaf?

huiswerk of gamenDe anderen in de groep knikken van herkenning. Ik vertel hoe ik het zelf ook herken. Ook ik kan gaan zitten lanterfanten. Prima, lekker, leuk…. Maar mijn doel bereik ik er niet mee. Ook ik moet keuzes maken, ga ik linksaf, of ga ik rechtsaf? En dat geldt voor iedereen.

En natuurlijk heeft hij dit verhaal over keuzes ook al van zijn ouders en leraren gehoord, maar juist die matjes maken het nu concreet, voelbaar én zichtbaar voor hem.

Jij bepaalt het zelf

gamenHet heeft indruk gemaakt. In de lessen die volgen, zeg ik af en toe ‘weet je nog, van die matjes?’, en dan lacht hij weer. Hij gebruikt nu een timer bij het gamen, zodat hij zich niet verliest in de tijd. En zodat hij zich daarna weer op de andere matjes kan richten.
Op zijn felicitatiekaart aan het einde van de training teken ik de splitsing nog eens: “Links of rechts? Jij bepaalt waar je naartoe gaat!”

Zou ‘Ik leer leren’ iets voor jouw kind zijn?
Kijk dan eens op www.ikleerlerenhoofddorp.nl of op de landelijke pagina www.ikleerleren.nl voor een trainer bij jou in de buurt!