“Dit boek zou op de literatuurlijst van vele opleidingen mogen staan en dan aanbevolen moeten worden voor alle ouders. Wat het zo indrukwekkend maakt en wat zo raakt, is de meedogenloze eerlijkheid van Miloe waarin je je als ouder kunt herkennen.“
Dit schreef de ‘moeder van alle kindercoaches’, Tea Adema over het boek Tussen leiden en loslaten van Miloe van Beek en Jakob van Wielink. Na het beluisteren van het luisterboek ben ik het helemaal met Tea eens. Ik zou dit boek bij alle ouders in mijn praktijk onder de deur door willen schuiven. In dit blog lees je waarom.
Leiden en loslaten
De titel zegt het al: tussen leiden en loslaten. De essentie van het opvoeden van grotere kinderen. Aan de ene kant leiding geven, je plek pakken als ouder, en aan de andere kant juist loslaten, je kind zelf dingen laten ontdekken. Dit zijn de twee dingen waar we als ouders moeite mee hebben.
Leiden, een ‘leider’ zijn, terwijl je kind lak heeft aan jouw regels. Terwijl je ook niet autoritair wilt zijn. Omdat je bang bent dat je kind dan nog minder van je aanneemt. Of dat je net zo wordt als je eigen vader of moeder. Of dat de sfeer in huis dan nog slechter wordt.
Loslaten, je kind laten leren van zijn of haar eigen fouten, dat is ook lastig. Want dan gaat ‘ie niet over. Of wat als hem iets overkomt?
Spoiler alert: het gaat over jou
De ondertitel verraadt de boodschap al: “Waarom pubers opvoeden over jezelf gaat”. Niet de eerste kant waar je naar kijkt als je kind onuitstaanbaar doet of enorm in de angst en vermijding schiet. Dus stuur je je kind naar een hulpverlener: “Kun je haar helpen zodat ze meer zelfvertrouwen krijgt?”.
Het klinkt zo suf, ‘het gaat over jou’, maar eigenlijk ook heel fijn: je kind hoeft niet ‘gefixt’ te worden, het gaat al zoveel beter als jullie anders naar je kind leren kijken. Dikke kans dat dat zelfvertrouwen dan ook weer groeit…
Zie je kind als een soort spiegel. Al die punten die bij jou getriggerd worden, waar jouw irritatie, machteloosheid of pijn zit, zijn vaak je eigen onverwerkte pijnen of patronen. Bepaalde reflexen die je hebt meegenomen uit je eigen jeugd. Hoe meer je die ziet en herkent, hoe meer je anders kan gaan reageren.
Niet zomaar wat losse tips
Het gevaar in mijn werk en in veel opvoedboeken is dat we ouders een rijtje tips voorschotelen: als je het zus en zo doet, dan komt het goed. En zo simpel is het meestal niet. Dit boek nodigt je uit om wat verder te kijken: waarom reageer jij zo fel als je kind te laat thuiskomt? Wat doet het met je als je dochter liegt? Of als je zoon je negeert? Wat roept dat op, en waar komt dat vandaan?
Elk hoofdstuk eindigt met een oefening met concrete vragen die je helpen om patronen uit je eigen jeugd te herkennen. Zodat je ze kunt doorbreken in plaats van herhalen.
Het boek legt veel zinvolle theorieën uit (hechting, het concept van de secure base, inzichten over familiesystemen) maar het wordt nooit zweverig of ingewikkeld. Het sluit helemaal aan bij hoe ik zelf werk: met aandacht voor de onderliggende patronen, niet alleen het zichtbare gedrag.
Behalve theorieën en ‘waar komt het vandaan’ krijg je praktische tips en oefeningen hoe je als ouder sterker in je schoenen komt te staan, lekkerder in je vel komt te zitten en zo ook een steviger basis voor je kind kunt zijn.
De blik van de puber zelf
Wat het boek ook bijzonder maakt: het geeft steeds beide perspectieven. Niet alleen dat van de ouder die wanhopig probeert te verbinden, maar ook dat van de tiener die liegt, zich in de kamer opsluit, te laat komt of somber is.
En echt, dat gaat je helpen. Als je begrijpt waarom een tiener liegt (wat dat gedrag eigenlijk zegt, wat ‘ie daarmee probeert op te lossen, wat kan hij je zelf niet vertellen uit schaamte of schuldgevoel) wordt je woede een stuk kleiner. En dan is het ook gemakkelijker om die verbinding te houden en opnieuw afspraken te maken.
Voor wie
Eigenlijk is Tussen leiden en loslaten voor elke ouder met een puber thuis. Niet alleen als het echt misgaat, maar juist ook als je gewoon merkt dat het contact stroever wordt, dat je elkaar soms kwijt bent.
Of als je terugkijkt op je eigen puberteit en denkt: ik wil het anders doen dan mijn ouders, maar ik weet eigenlijk niet hoe.
Ik heb het boek beluisterd tijdens het wandelen en liep regelmatig te knikken. De vele voorbeelden zijn zo herkenbaar. Hoe het komt dat ik zo vaak in de ‘reddersrol’ schiet. Waarom ik nu bij m’n zoon van 20 nog steeds de neiging heb om teveel van hem over te nemen.
In de inleiding van het boek staat een oneliner die het allemaal mooi samenvat: uiteindelijk is het doel van onze opvoeding toch vooral dat we onze kinderen onafhankelijk van ons maken. Dat zinnetje gebruik ik zelf regelmatig als mantra als ik weer te snel dingen wil fixen.



