Tegenover me zit een moeder die wakker ligt van de schoolresultaten van haar zoon. Hij staat niet op overgaan, maar gesprekken met hem lopen uit op boos weglopen of ruzie.
“Ik weet echt niet meer hoe ik met hem moet praten. Alles wat ik zeg komt verkeerd aan. Ik kan gewoon niet tot hem doordringen.”
Vaak hopen ouders dat ík dan dan gesprek ga voeren met zo’n jongen. En dat kan natuurlijk. Maar hoe fijn zou het zijn als je zelf ook wat meer handvatten kreeg? In dit blog lees je wat de valkuilen in zo’n gesprek zijn, maar ook welke vragen vaak beter helpen.
De drie valkuilen die de kans op ruzie vergroten
Valkuil 1: Je begint met het probleem, niet met je kind
“Hoe ging de toets?” Klinkt onschuldig, toch? Maar voor een tiener voelt die vraag als een check. Ze weten heus wel dat er achter die vraag een lading spanning zit. En dus sluiten ze zich af, nog voor het gesprek echt begonnen is.
Wat beter werkt: begin gewoonhelemaal niet over school. Praat eerst gewoon even met ze, over iets wat zij interessant vinden, iets wat er die dag gebeurde, iets wat je zelf meemaakte. Eerst verbinding, dan pas het onderwerp.
Valkuil 2: Je wilt het oplossen, terwijl je kind alleen gehoord wil worden
Je tiener zegt: “Ik snap wiskunde gewoon niet.” Jij hoort: probleem om op te lossen. Dus je zegt: “Zal ik een bijles regelen?” Of: “Je moet ook wel wat meer oefenen.”
Maar je kind wilde helemaal geen oplossing. Hij wilde even kwijt dat het zwaar is. Als jij het meteen wilt fixen voelt hij zich niet begrepen. De volgende keer zegt hij dan helemaal niks meer.
Probeer dit eens: zeg niks. Knik. Vraag nieuwsgierig: “Vertel eens.” Laat je verrassen hoeveel er dan loskomt.
Valkuil 3: Je begint op het verkeerde moment
Net nadat het slechte cijfer binnenkwam. Terwijl jij zelf ook gestrest bent. Als je puber net thuiskomt en nog moet landen. Dit zijn de allerslechtste momenten voor een goed gesprek. De emoties zijn te hoog, bij jullie allebei. En dan verloopt het gesprek meestal niet echt fijn. Onderaan dit blog lees je meer tips over de timing.
Waar kun je in je taal op letten?
Het ligt niet alleen aan het moment of je aanpak. Het ligt ook letterlijk aan de woorden die je kiest. Lees onderstaande eens een paar keer goed door, en probeer je de handige vragen wat meer eigen te maken, zodat je er mee kunt gaan oefenen.
Opmerkingen die averechts werken
Voel bij het lezen van deze lijst maar eens hoe het overkomt. Dat gebeurt vaak ook door de verwijtende of teleurgestelde ondertoon die je stem dan heeft:
- Heb je je wel best gedaan?
- Waarom heb je dat niet eerder gezegd?
- Snap je dan niet dat dit belangrijk is?
- Je moet gewoon wat harder werken.
- Je had gezegd dat je het goed geleerd had.
- Je broer had hier nooit moeite mee
- Als je zo doorgaat dan gaat die computer eruit
- Vroeger deden we dat gewoon zonder gedoe
Vragen die meer effect hebben
Bij onderstaande vragen zul je merken dat er een heel andere energie ontstaat. Je vraagt je kind niet om verantwoording af te leggen maar blijft zonder oordeel. Je vraagt eigenlijk gewoon hoe je kind de dingen zelf beleeft:
- “Wat vond je zelf van hoe het ging?”
- “Wat zou je een volgende keer anders willen?”
- “Wat maakt het zo lastig voor je op dit moment?”
- “Wat zou je helpen om het beter te snappen?”
- “Wat heb jij nodig om dit aan te kunnen?”
- “Hoe gaat het écht met je?”
- “Wat zou jou helpen dat makkelijker te maken?”
- “Wat maakt het voor jóu zo lastig?”
- “Hoe ziet het er voor jou uit?”
- “Hoe kijk jij zelf terug op hoe je het hebt aangepakt?”
- “Wat ging er volgens jou mis?”
- “Wat zou je anders willen?”
- “Dat klinkt echt als heel erg balen, vertel eens”
- “Wat maakt het zo zwaar voor je?”
- “Wat wil jíj eigenlijk met dit jaar?”
- “Hoe denk jij zelf over wat er nu speelt?”
- “Wat heb jij nodig om dit aan te kunnen?”
- “Waar loop je op dit moment tegenaan?”
Nog even over de timing
Je kunt nog zulke goede vragen stellen, maar als het moment niet OK is, vergroot je de kans op ruzie. Tieners praten het makkelijkste als ze ontspannen zijn. Dus bijvoorbeeld niet als ze midden in een spelletje zitten.
Ze praten vaak makkelijker in de auto of op de fiets of wandelend, zonder oogcontact. Of als ze zelf iets beginnen: een opmerking als “mijn leraar is echt bizar slecht” is vaak een uitnodiging. Reageer dan geïnteresseerd: “Oh? Wat deed hij dan?”
Het allerbeste moment is eigenlijk als jullie allebei ontspannen zijn. Na sporten, na een goede dag, als de sfeer lekker is na het eten. En, heel belangrijk: als jíj rustig bent. Als jij zelf gespannen bent over de cijfers, voelt je kind dat. Wacht tot je het wat beter kunt loslaten. Dan pas lukt het gesprek en wordt het geen preek die eindigt in ruzie.
Ten slotte
Die moeder uit m’n praktijk stuurde me een paar weken later een berichtje dat ze het anders had aangepakt: gewoon in de auto, op weg terug van voetbal. Tijdens het rijden en een beetje kletsen. Halverwege zei haar zoon spontaan: “Mam, ik had best beter kunnen leren voor wiskunde. Ik ga het vanaf nu beter bijhouden.”
Dát is wat je wilt, je hoeft ook niet meteen door te pakken en een contract te laten tekenen over deze belofte. Als je gewoon liefjes glimlacht en hem gelijk geeft, dan blijf je in de magie. Je kind leert van tegenvallers en zichzelf daarna bijsturen.
Wil je meer inspiratie? Vraag dan mijn gratis ebook aan: de 10 dingen die je niet moet doen om je kind te motiveren.



