Pubers hebben een imagoprobleem: ze staan moeilijk op, hangen op de bank, zitten alsmaar op hun telefoon en komen moeilijk op gang. Als samenleving vinden we daar wat van: lui.
En ik snap de frustratie. Want als je ziet dat je kind talent heeft maar er niks mee doet, dan is dat moeilijk om te accepteren. Maar in al die jaren dat ik met leerlingen werk, heb ik echt zelden een kind gezien dat gewoon lui was. Wat ik wél steeds zie, is dat er van alles onder zit dat eerst gezien moet worden.
Als een kind niet beweegt omdat het ergens op vastloopt, helpt het niet om harder te sjorren en trekken en duwen. Dan heb je eerst nodig te begrijpen wat er aan de hand is.
Waarom het woord 'lui' gewoon niet handig is
Dat er iets anders onder zit is niet de enige reden dat ik het woord ‘lui’ niet handig vind. Het gevaar van zo’n label is dat je je ernaar gaat gedragen. Als een kind vaak genoeg hoort dat het lui is, gaat het dat op een gegeven moment geloven.
En dan krijg je dat het geen ‘gedrag’ meer is, maar een vorm van ‘identiteit’: Ik ben lui. Zo ben ik nu eenmaal. Dat is het laatste wat je wil, want dan lijkt het of er niks aan te doen is.
Wat zit er dan meestel wél achter?
Er zijn vier dingen die ik regelmatig zie bij jongeren die van buitenaf ‘lui’ lijken:
Faalangst: faalangst zie je niet alleen bij kinderen met heftige paniekaanvallen. Ook niks doen kan van de faalangst komen: als je niet begint, kun je ook niet mislukken. Liever een onvoldoende als je niet geleerd hebt dan een onvoldoende als je er wel tijd in gestopt hebt, is de tienerlogica.
Executieve functies die nog in ontwikkeling zijn: Plannen, beginnen, prioriteiten stellen, jezelf motiveren, dat zijn vaardigheden die in de prefrontale cortex zitten. En die is bij pubers simpelweg nog niet volgroeid. Een kind dat niet kan beginnen aan zijn huiswerk heeft misschien niet de vaardigheden om zichzelf ‘aan’ te krijgen.
Gebrek aan intrinsieke motivatie: Als een kind niet snapt waarom het iets moet doen, of het volledig betekenisloos vindt, dan komt de energie gewoon niet. Dat is een heel menselijke reactie op iets wat niet aansluit bij wie je bent of wat je wil. Kijk maar naar jezelf: hoe gemotiveerd ben jij voor taken die je niks zeggen?
Vermoeidheid of overprikkeling: Een puber die er de hele dag tegenaan is gegaan op de sociale ‘jungle’ die school heet (met bijbehorend mentaal en emotioneel gedoe), die thuis op de bank neerploft, is echt even óp. Wat eruitziet als apathie is soms gewoon uitputting, emotioneel of mentaal. En dan is de bank net de juiste plek om even bij te komen.
Als je weet je wat er speelt
Als je zo het bovenstaande rijtje leest, dan is het ook gemakkelijker om erop in te spelen. Je kind heeft even niks aan je gemopper.
Is het faalangst die tot vermijding leidt > ga dan op onderzoek uit wie/wat kan helpen, praat met je kind, geef erkenning voor de frustraties die er zijn. Leg uit dat uitstelgedrag van stress bij zoveel mensen hoort. De truc is hoe je je angst aangaat en je je er uiteindelijk dan tóch toe weet te zetten.
Zijn het die executieve functies, ga dan eens na wat jij kunt doen om je kind te helpen die te ontwikkelen. Niet door het over te nemen natuurlijk, maar door te helpen met overzicht, de grote berg in kleine bergjes hakken, samen een beginnetje maken.
Is het die intrinsieke motivatie die ontbreekt, help je kind dan door uit te leggen waarom we sommige dingen moeten leren. Geef erkenning dat het soms inderdaad vaag is, dat je snapt dat het zinloos kan voelen. Kijk ook even in mijn ebook over motivatie voor gesprekstips.
Merk je inderdaad dat het ook vermoeidheid is? Kijk eens hoe je je kind kunt helpen wat meer rust in te bouwen. Echt even ontspannen. Niet rennen van school naar sport naar huiswerk. Even helemaal niks, muziekje luisteren, lummelen, beetje gamen kan ook ontspannend zijn. Check ook hoe de nachtrust is, of je misschien nog wat strenger op beeldschermgebruik moet gaan zitten. Hoe dan ook is het belangrijk dat je kind leert luisteren naar zijn/haar lijf: op tijd rust pakken.
Wat kun je nog meer doen als ouder?
Stap één is al het grootste: stop met het woord lui. Niet alleen omdat het niet eerlijk is naar je kind, maar omdat het jouzelf ook op het verkeerde spoor zet. Als jij denkt dat het luiheid is, komt de irritatie oop. Als je denkt dat er iets anders speelt, ga je nieuwsgierig kijken. Dat laatste helpt echt stukken meer.
En als je er samen niet uitkomt (als het al langer speelt en je kind steeds verder vastloopt) is dat het moment om hulp te zoeken. Soms helpt het ook om even met iemand van ‘buiten’ te praten.
Via mijn website kun je een kennismakingsgesprek inplannen. Ik kan jou of je kind bij mij in Hoofddorp ontvangen, of online via Zoom. En ik kan je misschien ook helpen aan namen van een collega meer bij jou in de buurt.



