Als je je kind ziet worstelen met faalangst, wil je alles doen om te helpen. Wat zijn nou handige invalshoeken? In dit blog lees je wat faalangst is en vooral wat je als ouder kunt doen om je kind te helpen meer zelfvertrouwen te voelen.
Wat is faalangst eigenlijk?
Faalangst is best een vage term, ‘angst om te falen’. Iedereen ‘doet’ deze angst op zijn of haar eigen manier. Het duidelijkst kun je het zien aan menden die die voor een belangrijk moment in paniek raken, bijvoorbeeld voor een toets of een presentatie. Soms is het niet heel duidelijk te zien maar lijdt iemand wel: de zenuwen die je voelt, kunnen dan maken dat je je slechter concentreert, of dat je dingen gaat uitstellen.
Angst om te falen kun je ook hebben op sociaal vlak: niet op mensen af durven stappen, niet durven zeggen wat je vindt of voelt, angst om er niet bij te horen. En op sportief vlak: angst om niet bij de selectie te komen, of als je wel in de selectie zit: angst dat je door de mand valt en eigenlijk niet daar hoort. Eigenlijk draait het allemaal om een angst of schaamte dat je niet ‘goed genoeg’ bent.
Hoe ontstaat faalangst?
Als je faalangst ziet als een gevoel ‘niet goed genoeg’ te zijn, waar komt dat dan vandaan? Soms krijgt een kind dit onbewust mee via de ouder(s), of dat nou via de genen of gedrag is. Als je als ouder zweinig zelfvertrouwen hebt of angstig richting de wereld bent, dan kan je kind jouw gevoelens en overtuigingen zomaar oppikken, dat gaat allemaal onbewust.
Soms ontstaat het gevoel door nare gebeurtenissen in het leven van een kind: een niet beschikbare of emotioneel afwezige ouder (door scheiding of mentale problemen), nare gebeurtenissen op de basisschool zoals pestgedrag, buitengesloten worden, of een toets of presentatie die heel slecht ging.
Soms komt het ook door de nadruk die we als ouders en maatschappij leggen op resultaten, cijfers, toetsen, winnen. Zelfs als het allemaal positief is en de cijfers hoog en prima zijn, of je speelt in de hoogste selectie, dan is de onderliggende boodschap “Mijn ouders zijn blij en trots vanwege mijn prestaties. Ik wil dus echt niet falen”. Soms ontstaat het in de brugklas of tweede klas, omdat de oude leerstrategie niet meer werkt en de cijfers opeens lager uitvallen. Een kind dat dit niet gewend is kan daar natuurlijk onzeker van worden.
Wat kun je als ouders doen? 5 tips
Je leest het, het is best ingewikkeld allemaal, er is ook niet altijd een duidelijk aanwijsbare oorzaak. Maar er zijn wel dingen waar je als ouders op kunt letten, om je kind te helpen meer zelfvertrouwen te voelen. Meer het gevoel: “Ik ben ok, ook als ik iets niet goed doe”.
1. Praat niet teveel over toetsen en cijfers,
Wij volwassenen hebben de neiging om bij kinderen vooral te vragen hoe het op school gaat. Denk maar wat je vraagt aan die dochter van vrienden die je op een verjaardag spreekt. En thuis doen we het ook vaak: hoe was het op school? Heb je nog cijfers terug?
Een kind is zoveel meer dan dat. Praat over de tiktoks die je kind kijkt, muziek die je kind luistert, de mensen die hij/zij volgt en misschien wel bewondert, over dingen in het nieuws en in de wereld.
Je kind is op een leeftijd dat het de eigen identiteit ontdekt: wie ben ik ten opzichte van anderen, wat vinden anderen van mij, wat maakt mij nu mij, bij wie wil ik horen, van wie wil ik iets leren. Door gesprekken met volwassenen leren ze ook nadenken over wie ze zijn en wat ze willen.
2. Vergroot de weerbaarheid
Weerbaarheid is veerkracht: het weer opkrabbelen na tegenslag. Opstaan als je gevallen bent. Doorzetten als dingen tegenzitten. Dingen durven ondanks dat ze in het verleden wel eens verkeerd gingen. Voor opgroeiende kinderen is het belangrijk dat ze na tegenvallers leren evalueren: hoe kwam het dat dit niet goed ging?
Als je in groep 8 een lastige boekbespreking had waar je ging stotteren en blozen, hoef je niet te concluderen dat jij geen presentaties kunt geven. Je kunt ook denken: misschien was ik toen nog niet goed voorbereid, had ik het nog vaker kunnen oefenen, moet ik voortaan rustiger ademhalen, of een makkelijker onderwerp kiezen.
Een tegenvaller zegt niks over wie je bent als persoon, maar zegt iets over hoe je op dat moment voorbereid was en in de juiste focus was. Help je kind dus bij een tegenvallend cijfer vooral evalueren wat er anders kan. Straal rust en vertrouwen uit, zodat je je kind door zo’n situatie heen kunt ‘gidsen’.
3. Werk aan je eigen zelfvertrouwen
Niet zelden hebben bange kinderen ook bezorgde ouders, die het heel goed willen doen. Die me ook zeggen zelf iets te perfectionistisch te zijn. En dan hopen ze dat hun kind daar vanaf geholpen kan worden. Doe mee, ga samen aan de slag.
Oefen op je werk ook met dingen doen die je eigenlijk spannend vindt en deel ze thuis: “Ik vond het spannend, maar heb toch wat gezegd in die vergadering”. Oefen thuis in meer loslaten en een goed-genoeg-moeder/vader te zijn, het hoeft niet allemaal perfect te gaan: je bent al helemaal ok zoals je bent.
Soms verwachten we allemaal zoveel van onszelf en dat nemen onze kinderen dan over. Vertel ook aan je kind hoe je jezelf oppept na tegenvallers en ook hoe je jezelf oppept voordat je iets belangrijkst moet doen: rug recht, diepe ademhaling en go!
4. Geef complimenten die ertoe doen
“Wat goed dat je zelf die docent hebt gemaild”. “Wat knap dat je dat durfde te zeggen tegen die meiden”. “Je ging toch leren ondanks dat je geen zin had, echt een doorzetter ben je”. “Ik zag je die bal heel strak overspelen naar Sam, dat had je goed gezien dat die vrij stond”.
Overspoel je kind niet met complimenten, maar als je het doet, koppel het echt aan iets dat je ziet. En liefst ook aan iets waarvan je weet dat het moeite heeft gekost.
5. Leer je kind emoties reguleren
Niet voor niets is een belangrijk onderdeel in mijn boek ‘Versla je faalangst!‘ gericht op het kalmeren van je emoties. Dit is iets dat ook veel volwassenen nog lastig kunnen vinden: omgaan met ongemak, met angst, boosheid, verdriet, schaamte. We stoppen het weg, niemand mag het zien, en dan onderdrukken we het net zolang tot we ontploffen in paniek of boosheid.
Laten we onze kinderen leren: het mag spannend voelen, je mag je schamen, je mag boos zijn, je mag bang zijn. En als het specifiek gaat om stress kun je vragen: “Waar voel je dat vooral?”. Ik zeg het tegen leerlingen in mijn praktijk: “Ik voel stress in mijn keel, anderen in hun buik of maag, waar voel jij het?”. Stap 1 is het kunnen lokaliseren en herkennen.
De volgende stap is leren wat je dan kunt doen om het te verminderen. Als de spanning nog niet te hoog is, zijn er genoeg manieren om die weer te laten zakken: even een pauze, met de kat knuffelen, een vriendin bellen, naar buiten, een minuut rustig ademhalen, dansen, springen, etc. Het is belangrijk dat je kind ontdekt wat bij hem of haar werkt op zo’n moment, juist als de stress nog niet te hoog is.
Tenslotte
Met het toepassen van deze tips bouw je mee aan de veerkracht van je kind. Als jullie er toch niet goed uitkomen, als de klachten blijven aanhouden of erger worden, zoek dan professionele hulp. Je kunt bijvoorbeeld naar de huisarts en praktijkondersteuner, of misschien zelfs hulp voor het hele gezin.
Coaches zoals ik kunnen praten met je kind over de leeraanpak, motivatie en emotieregulatie. Ook bestaan er allerlei therapieën om negatieve ervaringen te verwerken, ik doe dat bijvoorbeeld via EFT of hypnotherapie. Kijk eens rond wat er het beste bij jou en je kind past.
Hoe dan ook helpt het als je voor jezelf de term faalangst specifieker maakt: wat lukt mijn kind nog niet goed en wat moet mijn kind nog leren. Die invalshoek geeft vaak net wat meer richting naar een oplossing!



