Laatst zag ik een documentaire bij Zembla over een nieuwe aanpak van gewichtsverlies. Geen pillen of prikken, maar iets verrassend simpels: de psycholoog hield mensen letterlijk een donut voor hun neus en lieten ze oefenen met het gevoel “ook al ruik ik het en proef ik het een beetje, ik hoef het niet perse op te eten.”
Ik herkende het principe van wat ik met hypnose doe bij mensen die minder willen eten, beeldschermen, roken, nagelbijten of wat dan ook: iemand leren ruimte te creëren tussen de impuls en de actie. Tussen “ik wil” en “ik doe”. En toen ik het er over had met mijn zoon, de filosoof, zei hij: “Dat zei Aristoteles ook al: dat we als mens onze impulsen moeten leren beheersen, want dat is nu juist wat ons onderscheidt van dieren.”
Dus als het om de donut gaat: het gaat er niet om dat we geen trek hebben in die donut, maar dat we kunnen kiezen om hem niet te eten: dat is zelfbeheersing.
We maken het onze kinderen te makkelijk
Maar hier zit een paradox in moderne opvoeding. We beschermen onze kinderen tegen impulsen in plaats van ze te leren ermee om te gaan.
Geen snoep in huis, zodat ze niet hoeven te weerstaan. Screentime-apps die automatisch blokkeren, zodat ze niet zelf hoeven te stoppen. Je kind helpen herinneren aan hun toetsen, zodat ze niet zelf hoeven te onthouden. We verwijderen de verleiding in plaats van de weerstand te trainen.
Het gevolg is dat die spier dan nooit sterker wordt.
Als je je kind niet laat fietsen, zal het zich daar in elk geval niet mee bezeren. Maar het leert ook niet fietsen, met het verkeer omgaan. Zo werkt het ook met zelfbeheersing. Als jouw dochter om 22:00 uur nog op TikTok zit en jij pakt haar telefoon af, wat leert ze dan? Dat mama haar gedrag stopt, niet dat zij zichzelf kan stoppen.
Wat gebeurt er in de hersenen?
In je brein gebeurt er iets fascinerends op het moment van verleiding. Je limbische systeem (het impulsieve deel) roept: “IK WIL DAT!” Tegelijkertijd kan je prefrontale cortex (het rationele deel) zeggen: “Wacht even, is dit slim?”
Die seconde tussen die twee reacties – dát is waar het om draait. En die seconde is letterlijk meetbaar in hersenscans.
Bij pubers is die prefrontale cortex nog volop in ontwikkeling. Hun impuls-brein is al volwassen, maar hun rem-brein niet. Daarom is het extra belangrijk om nu te trainen. Want net zoals spieren sterker worden door te trainen, wordt die “rem” sterker door oefening.
Hypnose en zelfbeheersing
In mijn praktijk doe ik dit eigenlijk al jaren met hypnose. Ik leer mensen die ruimte tussen impuls en actie te vergroten. Jezelf beheersen puur op wilskracht is best uitputtend. Het gaat erom de automatische reactie te herprogrammeren.
“Ik wil het, maar ik doe het niet” wordt dan geen worsteling maar een observatie met een bijbehorend keuzemoment.
En dat kun je ook trainen bij je kind. Dat hoeft niet per se met hypnose per se, maar met bewuste oefeningen in het dagelijks leven. Ik geef je drie manieren.
1. Niet teveel oplossen, start met trainen zelfbeheersing
Doe dit niet meer:
- Al het snoep uit huis verbannen
- Alles voor je kind regelen zodat het nooit vergeet of faalt
- Continu controleren of huiswerk af is
Doe dit wel:
Heb WEL snoep in huis, maar in een vaste trommel met een duidelijke afspraak. “Elke dag na het avondeten één snoepje.” Laat je kind zelf kiezen wanneer. Voor of na huiswerk? Direct na het eten of vlak voor het slapen? Bespreek: “Zie je hoe moeilijk het is om te wachten? Dat is normaal. Maar elke keer dat je wacht, wordt het een beetje makkelijker.”
Voor pubers: laat ze zelf plannen wanneer ze hun huiswerk maken. Niet: “Nu meteen aan je bureau!” maar: “Je hebt vanavond wiskunde en Engels. Wanneer ga je het doen?” Als het misgaat, niet redden maar reflecteren: “Vertel eens, hoe was het om onvoorbereid in de les te zitten?”
De donut-oefening thuis:
Koop letterlijk een donut of koekje waar je kind dol op is. Leg die op tafel. Zet een timer van 10 minuten. “Kun jij het volhouden om hem niet op te eten? Let maar eens op wat er in je hoofd gebeurt.”
Bespreek daarna: Hoe voelde dat? Wat hielp? Werd het makkelijker of moeilijker na een tijdje?
2. Grenzen stellen = liefde tonen
Grenzen stellen voelt onaardig. Je kind wordt boos, verdrietig, zegt dat andere ouders veel meer toestaan. Maar grenzen zijn juist het bewijs dat je geeft om je kind. Ze leren: “De wereld geeft niet altijd wat ik wil, en dat is OK.”. Een mooi laconiek antwoord op zo’n verwijt (“van andere ouders…”) is trouwens gewoon: “Die geven misschien minder om hun kind”.
Bij schermtijd: “Om 21:00 uur gaat je telefoon in de woonkamer. Zo leer jij jezelf te beschermen tegen de verleiding van nog één filmpje.”
Wees consequent. Als je toegeeft na zeuren, leer je je kind dat zeuren werkt. Erken wel de emotie: “Ik snap dat je boos bent. Het is ook rot om te stoppen als je nog wilt. Én de grens blijft.”
Bij huiswerk: Laat natuurlijke consequenties gebeuren (binnen veilige grenzen). Als je kind geen toets leert, krijgt het een misschien een onvoldoende. Dat is de les, dat hoef jij niet alsmaar te voorkomen. Jouw rol: reflectie faciliteren in plaats van vooraf redden.
De 10-seconden regel: Leer je kind een pauze in te bouwen. Voor ze reageren (boos worden, snoep pakken, telefoon checken): “Tel tot 10. Kijk wat er gebeurt.” Die tien seconden activeren de prefrontale cortex. Het maakt van een impuls een keuze.
3. Geef het goede voorbeeld (de belangrijkste tip)
Je kind leert niet van wat je zegt, maar van wat je doet. En hier wordt het confronterend.
Eerlijke vragen aan jezelf:
- Pak jij je telefoon wel eens op tijdens het eten?
- Kijk jij naar je kind als het iets vertelt, of scroll je door Instagram?
- Snoep jij stiekem ‘s avonds op de bank terwijl je kind niets mag?
- Reageer jij meteen boos als je gefrustreerd bent?
Wat werkt: Benoem je eigen struggle hardop: “Ik wil eigenlijk nog een aflevering kijken, maar ik ga naar bed. Volwassenen moeten dit ook leren!” Of: “Ik word nu boos. Ik ga eerst even ademhalen voor ik reageer.”
Doe dingen samen: “Ik ga ook mijn telefoon om 21:00 uur in de woonkamer leggen. We doen het samen.”
En als je een keertje ‘faalt’? Geef het toe: “Sorry dat ik gisteren uitviel. Ik was moe en reageerde te snel. Ik had even een break moeten nemen.” Dat leert je kind iets belangrijks: ook volwassenen worstelen hiermee, en dat is prima.
De mooiste paradox
Aristoteles had gelijk: échte vrijheid is niet ‘doen waar je zin in hebt’. Dat is juist slaaf zijn van je impulsen. Échte vrijheid is kunnen kiezen om het NIET te doen.
Dat is wat je je kind cadeau geeft: niet een leven zonder verleiding, maar de kracht om ermee om te gaan. Die donut uit die documentaire? Die verdwijnt niet uit de wereld. TikTok blijft bestaan. Snoep blijft in de winkel liggen. Games en social media blijven lokken. Of je vrienden die roepen “Kom je spelen/naar buiten/gamen?”. FOMO ligt ook om de hoek.
Je kind kan steeds beter leren ernaar te kijken en te denken: “Ik wil het, maar ik doe het niet.”
En dát maakt het verschil tussen een kind dat meedeint op elke impuls, en een jongvolwassene die zelf het roer in handen heeft.
Begin klein deze week. Doe diee donut-test eens thuis. Of samen om 21:00 telefoons weg. En kijk wat er gebeurt.
Want zelfbeheersing is niet even trucje dat je in een week leert. Het is meer een soort spier die groeit door oefening. Elke keer dat je kind wacht, wordt die spier sterker. Elke keer dat jij de grens handhaaft, versterk je het leerproces.
Ten slotte
De beste tijd om te beginnen was gisteren. De op één na beste tijd is nu…
Merk je dat je kind vastloopt in impulsief gedrag? Of herken je vooral jezelf in dit verhaal en worstel je met je eigen zelfbeheersing? In mijn praktijk help ik zowel pubers als ouders met coaching en hypnose om die ruimte tussen ‘ik wil’ en ‘ik doe’ te vergroten. Nieuwsgierig hoe dat werkt? Plan een gratis kennismakingsgesprek en we kijken samen wat bij jou of je kind past.



