Onze zoon is een fanatieke sporter. Ik weet nog dat ik hem een keer naar een toernooi reed en hij ’s morgens in de auto al zei: ‘Het wordt echt niks vandaag.’ En wat denk je? Hij verloor elke wedstrijd die dag. Maar er zijn ook dagen dat hij van een 2-0 achterstand toch nog wint met 2-3.
Misschien herken je het zelf ook wel van een sportwedstrijd, dat je op een bepaald moment denkt: ‘Dit kunnen we niet meer winnen’, en dat de wedstrijd daarna nóg slechter gaat en je echt het ene doelpunt na het andere om je oren krijgt.
Of misschien stond je wel eens voor de klas te presenteren en dacht je: ‘Als ik maar niks geks zeg, als ik mijn tekst maar niet vergeet’, en even later versprak je je inderdaad, of was je de helft vergeten van alles wat je had voorbereid.
Wat je denkt, heeft invloed op je prestaties
Je gedachten beïnvloeden dus je prestaties. Victor Mids van het programma
Mindf*ck legt dit goed uit in de video ‘Invloed van positiviteit’. Hij laat mensen steeds een basketbal gooien richting het net, terwijl ze positief of juist negatief worden toegeroepen.
Hoe kan het dat wat je denkt ook vaak uitkomt? Als je dit fenomeen begrijpt,
kun je het ook positief inzetten. Er zitten namelijk veel stappen tussen je eerste
gedachte over iets en dat wat er uiteindelijk gebeurt. En op die stappen heb jij
invloed, misschien wel meer dan je denkt!
De 5 G’s, van gebeurtenis tot gevolg
De gedachte ‘Het wordt echt niks vandaag’ vlak voor een toernooi, maakt dat je
een bepaald gevoel krijgt: moedeloos, bang, gestrest. Als je de wedstrijd gaat spelen met dat gevoel, dan gedraag je je ook anders: je speelt misschien minder aanvallend, van de stress ontwijk je al die tactieken die je al die maanden zo goed geoefend had.
Tja, het gevolg is dan dat je niet zo goed speelt als je eigenlijk zou kunnen.
Dit maken we de hele dag mee:
> bij een gebeurtenis hebben we gedachten
> die gedachten zorgen voor een bepaald gevoel
> dat gevoel zorgt voor bepaald gedrag
> dat gedrag heeft een bepaald gevolg
Meer helpende gedachten
Stel je voor dat die sporter op de ochtend van zijn toernooi iets anders in zichzelf zegt, zoals:
> ‘Vandaag ga ik knallen!’
> ‘Vandaag ga ik er zo veel mogelijk uit halen’
> ‘Wat er ook gebeurt, vandaag ga ik heel veel leren’
Met welk gevoel zou hij dan de wedstrijden ingaan? Waarschijnlijk meer gemo-
tiveerd en minder gespannen. En als je meer ontspannen bent, kun je ook beter
‘knallen’, kun je je beter focussen en zul je waarschijnlijk gewoon beter spelen.
Gevolg: je gaat vast en zeker meer wedstrijden winnen dan wanneer je het bij voorbaat al opgeeft.
Misschien zit jij wel op een teamsport, dan weet je dat veel teams voor een wedstrijd in een kring gaan staan en een eigen leus roepen, zoals: ‘Wij gaan winnen!’ Zo starten ze de wedstrijd vol energie. Óf ze echt gaan winnen is natuurlijk wat anders, maar de juiste energie helpt je wel om goed in de wedstrijd te staan. Niet voor niets wordt dit ook vaak gebruikt bij de mentale coaching van topsporters.
Als je dit model snapt, van de 5 G’s (Gebeurtenis > Gedachte > Gevoel > Gedrag > Gevolg), dan kun je beter begrijpen hoe je met allerlei situaties in je leven omgaat en hoe het misschien ook handiger kan. Hieronder volgen meer voorbeelden uit de praktijk.
Voorbeeld: uitstelgedrag
Stel je hebt morgen een proefwerk geschiedenis en het zijn 10 paragrafen. Als jij dan dit denkt:
> ‘Het is zó veel’
> ‘Geschiedenis is sowieso nutteloos’
> ‘De docent is zó slecht’
> ‘Ik red het toch niet meer’
Dan kun je wel raden wat je gevoel is (chagrijnig, hangerig), je gedrag (uitstellen, gamen, telefoon, hangen op de bank) en het gevolg (tijdnood of misschien ’s avonds laat een paniekaanval, en misschien ook een onvoldoende omdat je te laat begonnen bent).
Óf je bedenkt helpende gedachten:
> ‘Het moet nu eenmaal’
> ‘Ik wil wel een voldoende’
> ‘Ik wil echt overgaan dit jaar’
> ‘Als ik klaar ben voel ik me beter’
> ‘Ik wil geen gezeur met mijn ouders’
Dát zijn gedachten die zorgen dat je wat meer gemotiveerd bent en uiteindelijk
wél aan de slag gaat.
Bij elke situatie heb je zowel helpende als niet-helpende gedachten. Net als vroeger in tekenfilms: zo’n duiveltje op je ene schouder en een engeltje op je andere schouder. Naar welk stemmetje luister je? Waar kies je voor?
Bij elke situatie heb je zowel helpende als niet-helpende gedachten. Net als vroeger in tekenfilms: zo’n duiveltje op je ene schouder en een engeltje op je andere schouder.
Naar welk stemmetje luister je?
Waar kies je voor?
Bovenstaande tekst komt uit het boek ‘Versla je faalangst!’, speciaal voor scholieren en jongeren die last hebben van stress bij presentaties en toetsen. Met dit (werk)boek leren ze hoe faalangst ontstaat, hoe ze hun hoofd rustig krijgen en omgaan met al die emoties die er spelen, en ook hoe ze zorgen voor een betere leeraanpak.
Bij het boek hoort een digitale leeromgeving met ook werkbladen om te oefenen met rode en groene gedachten.
Nieuwsgierig? Kijk dan hier voor meer info over het boek en bestel het meteen!
Afbeelding AI-gegenereerd



