“Ik ben bang dat het weer helemaal misgaat”, vertelde een moeder tijdens coaching. Het schooljaar is nu een paar maanden bezig en de eerste matige cijfers stromen binnen. Alsof de film van vorig jaar zich herhaalt. Twee wanhopige ogen kijken me aan.
Als ouders hulp zoeken, is er al zoveel gebeurd thuis: veel gesprekken in huis, veel beloftes, weinig resultaten. Dus als ik met mijn zonnige insteek na een paar sessies roep: “Volgens mij zit ze er nu heel anders in dan vorig jaar”, waarom zou je daarop dan wel vertrouwen? Waarom zou je het meer loslaten, als dat in het verleden niet tot de gewenste verbetering leidde?
Wat kinderen me dan vertellen
Aan de andere kant spreek ik dan hun kind, een tiener die snakt naar ouders die zich er niet zo mee bemoeien. “Het lijkt soms wel of school en cijfers het enige onderwerp is waar ze nog over praten”. En echt: ook als je er niet over praat, weet je kind wat je wensen en verlangens zijn op dat vlak. Ik kon al thuiskomen en zonder frons naar mijn hangpuber kijken, dat hij al zei: “Jahaaa ik weet dat ik moet leren”. Natuurlijk vind je cijfers niet het allerbelangrijkste, is afstromen ook prima, maar “je moet op zijn minst je best doen” (dat is trouwens een nietszeggende term voor een puber).
Pubers hebben een enorme hang naar autonomie, zelf bepalen. Elke vorm van aansturing verkleint hun zin om eraan te beginnen. Denk maar ook hoe irritant het is als je op werk net die klant wilde bellen en je manager zegt ‘Denk je eraan dat je die klant nog belt?’. Zo ook je puber bij ‘Wil je je kamer opruimen?’ Als een automatisme voelt een kind dan: “ik wilde het al doen maar omdat jij het zegt heb ik al geen zin meer”.
3 gedachten die je echt niet verder helpen
Er zijn een paar gedachten die je sowieso NIET verder helpen, en dat zijn deze:
1. “Vorig jaar hielp loslaten niet, dus dat ga ik nu ook niet doen”
Ervaringen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, melden de banken, en zo geldt het ook voor je kind. Hoe je kind vorig jaar reageerde op jouw ‘loslaten’, hoeft niet te betekenen dat dat dit jaar weer zo gaat. Je kind groeit van elke ervaring, leert van de gesprekken met jou, of van de begrenzingen/ consequenties die je stelt.
Je kind wil ook liever niet blijven zitten of van school af. En je kind is nog volop in ontwikkeling, al die executieve functies zijn aan het groeien, ook tijdens het gamen, tijdens het vakken vullen en tijdens het zoeken naar concertkaartjes. Jij helpt vooral met die ontwikkeling door je kind te leren nadenken, open vragen te stellen, interesse te tonen voor de dingen die je kind interessant vindt.
2. “Ze moet eerst maar eens laten zien dat ze wat doet, voordat ik loslaat”
Dit is een kip-ei-verhaal waar je niet uitkomt. Want je kind gaat het niet laten zien, die houdt het koppig vol en richt nu alle energie in boosheid op jou in plaats van in die toets die eraan komt. Kinderen moeten dingen doen en ervaren en ervan leren, zo hebben ze ook leren fietsen en door het gat zwemmen. Voor sommige kinderen zijn een paar onvoldoendes genoeg om het tij te keren, sommige moeten maar ervaren wat blijven zitten is…
Wees stoer en laat stapje voor stapje wat meer los. Bijvoorbeeld eerst bij bepaalde vakken. Of eerst bij het dagelijkse huiswerk (zodat je bij toetsen nog wel wat kunt kuchen als je kind op de bank ligt te niksen). Zet zelf dat eerste stapje om uit de impasse te komen.
3. “Ik ben bang dat het weer helemaal misgaat”
Die gedachte helpt helemaal niemand, zoals alle angstgedachten: ik ben bang dat mijn kind iets overkomt, ik ben bang voor oorlog, ik ben bang voor de dood. Ergens moeten we onszelf – en onze kinderen – leren hoe je dat soort angsten wel in je achterhoofd hebt maar toch ergens kunt parkeren, zodat je ondertussen een leuk leven kunt hebben.
En de kans dat het ‘helemaal misgaat’ met je kind is echt niet zo groot. Meestal komen ze dan linksom of rechtsom via een andere route alsnog aan een diploma en baan – als dat je zorg is. Het ding is: angst maakt dat je geen vertrouwen uitstraalt naar je kind. Hoe kan je kind het eigen zelfvertrouwen ontwikkelen als jij het al niet voelt? Dus hoe lastig ook: blijf lichtpuntjes zien, blijf jezelf wijzen op de dingen die al beter gaan, blijf kijken naar de gebieden waar je kind wel lekker gaat.
Dus wat kun je vooral doen?
Er is helaas niet een vaste gouden formule die alles meteen laat lopen zoals jij het wilt, een puber die braaf doet wat je wilt. Het is een soort dans die je met je kind doet in tegengestelde richting: jij gaat stap voor stap loslaten en je kind gaat stap voor stap meer zelf doen. En elke stap is spannend en er horen terugvallen bij. Gebruik humor, lach ook om je eigen kramp, lach om de zorgeloosheid waarmee je kind het aanpakt. En hou als mantra: elke ervaring is een leerervaring!
Ik kan met jullie meekijken
Wat trouwens vaak helpt om deze dans wat soepeler te laten gaan is even iemand van buitenaf laten meekijken. Je kind heeft wat aansporing nodig om minder weg te duiken van zijn of haar verantwoordelijkheden, en jij hebt wat aansporing nodig om de dingen wat meer op zijn beloop te laten gaan en toch vertrouwen te houden.
Wil je weten wat de mogelijkheden zijn? Maak dan even een gratis kennismakingsafspraak via mijn online agenda.



