‘Zelf doen’ waren zo’n beetje mijn eerste woorden. Ze hebben me ver gebracht, en inmiddels weet ik ook meer over de andere kant van zo’n patroon. Het klinkt natuurlijk megastoer als je je zo onafhankelijk opstelt, alles zelf regelt, lekker in je eentje camino’s wandelt, maar vaak is het stiekem ontstaan als oud coping-mechanisme, op jonge leeftijd al. Een muurtje van: ik heb niemand nodig in het leven.
Mensen die dit herkennen, kunnen zichzelf op latere leeftijd flink tegenkomen: als je op werk denkt dat jij alles maar zelf moet oplossen, moeilijk delegeert en lastig om hulp vraagt, dan loop je het risico op een burn-out. Of als je thuis met moeite al die borden in de lucht houdt en niet met de mensen om je heen deelt hoe pittig je het hebt en ze niet toelaat om je te helpen. Hoeveel ‘self work’ ik ook gedaan heb, ik krijg soms nog steeds de kriebels als hij in m’n pannen gaat roeren.
Deze week leerde ik zelf een mooie les…
Twee grote klussen
De afgelopen maanden stelde ik twee klussen uit: de buitenboel van mijn praktijkruimte schilderen en een zakelijke fotoshoot inplannen. Beide waren na acht jaar hard nodig, en beide gaven me wat stress. Bij de schilderklus snap je dat misschien nog wel, maar die fotoshoot riep minstens zo veel weerstand op.
De schilderklus was groot in mijn hoofd: welke kleur, hoe plan ik dat rondom mijn sessies, hoe pak ik het aan. Welk materiaal hebben we nog op zolder en waar. Een hoge ladder lenen van een buurman. Dat alles samen vloog me telkens aan en dan ga ik uitstellen. Net als je puber doet, als er teveel schoolwerk op hem af komt…
Uiteindelijk vroeg ik mijn man om hulp om me te helpen ‘beginnen’. Hij haalde de benodigde spullen van zolder en we brachten alles naar mijn werkruimte waar hij hielp met klaarzetten.
Tijdens het schuren hakte ik de knoop door over de kleur. Al schilderend voelde ik me helemaal zen en luisterde ik naar een luisterboek over die oude patronen en mechanismen. Het was heilzaam voor mezelf en inspirerend voor de sessies met de ouders in mijn praktijk. Alsof ik alle nieuwe kennis op het huisje aanbracht. Binnenkort ga ik hier uitgebreider over bloggen!
Wat moet ik aan
Ondertussen dacht ik ook al maanden: ik moet die fotoshoot nu echt plannen, ik had al een fotografe op het oog en telkens als ze voorbij kwam op social media voelde ik weer ‘oh ja’. Maar waar wil ik die shoot doen, wat moet ik aan? En hoe moet m’n haar en make-up, dan moet ik eerst naar de kapper. Al die keuzes voelden als genoeg reden om het toch maar weer opzij te schuiven en een lesje Duolingo te doen.
Terwijl ik aan het schilderen was en dat interessante boek beluisterde over mezelf en mijn zelf-doen-gedrag, besloot ik uit te reiken naar de fotografe: “ik wil deze shoot graag, maar zie er tegenop, wil je mijn handje vasthouden?”. Ze reageerde meteen lief, we belden en prikten een datum.
Meteen daarna dacht ik: oh nee, wat heb ik gedaan, is mijn mijn schilderwerk dan wel op tijd klaar voor de foto’s daar? Ik zou steeds een hoge ladder moeten lenen, die ik niet alleen kan tillen, dus dan moest het in de weekenden met mijn man erbij, elke week een laagje.
Maar toen ik de volgende ochtend aan het schilderen was, kwam de buurman van de ladder zelf langs, en bood me zijn steiger aan, die mocht ik houden voor zolang de klus duurt. Opeens viel alles op zijn plek: nu kon ik gewoon in een paar dagen zelf de klus klaren, ruim voor de fotoshoot. En die lieve man van me kwam nog meeklussen ook.
De onderbroken uitreiking
Een natuurlijke beweging van baby’s is uitreiken naar je ouders. Als opgroeiend kind kun je om allerlei redenen leren om te stoppen met uitreiken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je opgroeit bij:
- ouders die zelf nooit geleerd hebben met emoties te dealen en daardoor niet goed intunen op die van jou
- ouders die overbelast zijn door mentale issues, verslaving, of extra zorgen om een ander kind in het gezin
- narcistische ouders die zichzelf centraal stellen en daardoor moeilijk intunen op wat jij voelt
Je hoeft het niet alleen te doen
Als je stopt met uitreiken, dan ga je je eigen gevoelens en behoeften wegstoppen en stop je met hulp vragen. Het heeft ook impact op hoe dichtbij je anderen laat komen: vriendschappen en relaties. En het heeft ook weer impact op hoe je omgaat met je eigen kinderen, hoe goed je op hen kunt ‘intunen’.
Omdat ik dit niet meer wil en zeker niet wil doorgeven aan de volgende generatie, heb ik rondom dit thema laatst weer eens een opstelling gedaan bij een collega-coach. Puur om deze patronen te doorbreken.
Daarom, of liever gezegd daardoor, kwam het allemaal samen deze week: ik hoef het niet allemaal alleen te doen. Er zijn mensen die me helpen, als ik het maar aangeef dat ik dat nodig heb.
Hoe is dit voor jou? Wil je hier ook eens over praten en patronen doorbreken? Neem dan gerust even contact met me op.



