Hoe was het op school?
Goed.
Meestal is dat het enige dat je uit je kind krijgt. En hoe goed je het ook probeert, of tijdens het eten, of later op de avond, je krijgt er weinig uit. Terwijl je barst van nieuwsgierigheid, of terwijl je aanvoelt dat er iets is. Wat is er veranderd dat je kind opeens zo stil doet?
Van buiten naar binnen
Jonge kinderen zitten vaak nog vol verhalen over de buitenwereld. De puberteit is een fase waarin je kind ook meer met de binnenwereld bezig is en met van alles kan worstelen:
- wie ben ik en hoe zien anderen mij
- wat van wat ik allemaal denk en geloof is van mij en wat heb ik van m’n ouders overgenomen
- wat wil ik echt, in plaats van wat anderen van mij verwachten
Alles wat ze meemaken cirkelt ook rond dit soort vragen. Dit zijn geen gesprekken die je even snel na school hebt of die je kunt forceren. Die ontstaan soms zomaar tijdens een autorit of laat op de avond. En zelfs al komen ze ter sprake, dan mag je als ouders echt heel voorzichtig zijn – je hebt vast wel gemerkt dat die deur ook zo weer dichtslaat.
Hieronder zie je 3 dingen die we als ouders vaak doen, maar die de deur dichtgooien.
Drie deur-dichtgooiers
1: Meteen in de oplosmodus
Als je kind iets deelt, wil je helpen, adviezen geven, ongemakkelijke situaties uit de weg helpen. Relativeren, zeggen dat er nog genoeg andere meiden zijn. Als je dit te snel doet, zonder eerst stil te staan bij wat je kind voelt, dan voelt je kind zich niet begrepen.
2: Zelf in de stress schieten
Als je kind boos is op iemand, en jij reageert verontwaardigd. Of je kind is verdrietig en jij wordt ook verdrietig. En als je kind gestresst is en jij raakt ook in de stress. Of misschien ook wat ongeduldig over zoveel drama. Zo logisch – je bent geen robot – maar niet helpend… Al deze gevoelens zijn vaak nog te groot voor een kind. Als de jouwe erbij komen, wordt de last nog groter voor je kind. Dan moeten ze dus rustig doen of gelukkig worden om jouw ongemak te sussen. Je kind heeft veel meer aan jou als je rustig blijft en gewoon meeleeft en luistert.
3: Meteen je mening geven
“Je had ook beter gewoon je mond kunnen houden”
“Dat was ook niet slim van je”
“Je weet toch dat die meiden niet te vertrouwen zijn”
“Ik vond hem al zo’n rare jongen”
“Je kunt maar beter ….”
Ook allemaal goed bedoeld, maar ze voelen vaak als oordeel, als afkeuring. En als je kind iets wil, is het wel jouw goedkeuring. En gewoon zijn of haar verhaal doen. Niet naar een preek luisteren…
Maar wat dan wel? Hoe hou je die deur open?
Misschien herken je hierboven wel een aantal patronen die bij jullie soms mis gaan. Maar het goede nieuws is dat je dit kunt herstellen. Want wat zijn nou de dingen die bij je kind de deur weer op een kier zetten?
Zorg dat je de ouder wordt waar ze zich veilig bij voelen: kalm, aanwezig, voorspelbaar. Laat merken je niet bang bent voor die stiltes, dat je ook gewoon in stilte bij ze kunt zitten totdat ze zich veilig genoeg voelen om te praten.
1. Aanwezigheid
Zorg voor samenzijn zonder druk. Ze hoeven niet te praten. Een autoritje, even op de bank samen, zonder dat je iets terugverlangt. Niet teveel praten, niet teveel emoties, gewoon lekker rustig.
2. Ontdek wat de handigste momenten zijn
Wanneer praat je kind wél? Ga daar eens op letten. En ja, dat is vaak vlak voor bedtijd. Of als je zelf al in bed ligt. Maak er gebruik van, elk moment dat je kind zich ‘opent’ is er een om aan te grijpen en te laten zien dat je er bent.
3. Beheers je emoties
Hou je in, laat zien dat je stabiel bent: niet overdrijven, huilen, boos worden. Je hoeft niks op te lossen, je hoeft niet mee te denken. Je kind kijkt naar jou en leert van jou hoe je ‘overeind’ blijft. Dat maakt je veilig als persoon om bij te schuilen.
Tenslotte
Ga hier gewoon eens mee experimenteren. En hou ook voor ogen: dit valt allemaal niet mee voor ouders. Zeker niet als je zelf geen steunende ouders had en het nu helemaal anders wilt doen maar je kind je afwijst. Of als je zelf getriggerd wordt door de eenzaamheid van je zoon of het verdriet van je dochter Of als je gefrustreerd raakt door botte antwoorden en rollende ogen, terwijl je juist zo je best doet.
Misschien is dat het ook gewoon wat de spanning eraf haalt: dat we wat minder ons best gaan doen…



