pubermoeder bezorgd

Ouders van pubers in mijn praktijk vinden het vaak heel fijn om een beetje (h)erkenning te krijgen… daarom deel ik ook af en toe hoe het er bij ons thuis aan toe gaat.

De dochter gaat nog wel, het lijkt wel of meisjes zich toch wat gemakkelijker overgeven aan het schoolse leven waarin van alles moet. En wat enorm helpt is dat ze een groepje leuke vriendinnen om zich heen heeft verzameld, die ook gewoon zorgen dat hun cijfers in orde blijven. Het sociale mengt zich met het leren: ze spreken veel af, sturen elkaar de hele dag selfies, leren apart en samen, overhoren elkaar, bespreken zelfs wanneer ze gezellig doen en wanneer ze weer serieus gaan leren.

En dan de zoon… die is een normale puber. Zoals mijn broers vroeger waren en zoals alle jongens in mijn praktijk zijn.

Ongevraagde adviezen van mijn kant (bizarre suggesties als: “Je zou eigenlijk van alle talen elke dag 10 minuten woordjes moeten leren, ook als het geen huiswerk is. Dan blijf je goed bij.”) worden als absurd ervaren. 

Bij hem kan ik niet de coach uithangen, we zitten in een andere dynamiek. We zitten vast in het Grote Opvoedspel: hij is de puber en ik ben de moeder, en we oefenen dagelijks in alle varianten van onze rollen.

Hij gedraagt zich zoals het hoort: te lang in bed luieren, uitstellen, bankhangen, uitstellen, gamen, uitstellen, haasten. Want ja, er is zoveel leukers te bedenken dan leren.

“Jahaaa ik ga zo beginnen”

Ik gedraag me ook zoals het hoort, ik schiet alle kanten uit: boos, ongeduldig, begripvol, geïrriteerd, schreeuwend, zeurend, verzorgend, controlerend, fronsend, coachend, mopperend…

“Oh ja mam. De mentor vroeg of we nog een extra mentorgesprek nodig vinden dit jaar. Hij denkt dat het niet veel toevoegt”.

Nee, dat denk ik ook niet. Je moet gewoon aan de bak jongen, als je over wilt…

“Hij vroeg ook of wij er thuis wel eens over praten hoe het gaat. Ik zei: ja, gisterochtend nog… gistermiddag… en gisteravond…”

Ik knik tevreden. Als de mentor maar niet denkt dat ik een slechte lakse moeder ben.

Sinds een paar weken heb ik de teugels wat strakker aangetrokken. Zeg maar als experiment, om te zien of het dan beter gaat. Gevolg: méér botsingen, méér frustratie, minder contact, lange stiltes, doodzwijgen, slechte sfeer en niet per se betere cijfers.

Op een zaterdagavond hoor ik mezelf tekeer gaan tegen hem en denk van binnen: “Waar ben je mee bezig?”. Ik zie hem brutaal terug staren en ook denken: “Waar ben je mee bezig?”. Vroeger zou hij een enorme driftbui hebben gekregen bij zoveel boosheid van mijn kant. Maar nu antwoordt hij rustig:

“Ik begrijp niet waarom je zo doet”

Wow. Ik kalmeer weer en zeg zuchtend “Ik ook niet. Dit wil ik niet zijn. Ik weet het gewoon niet meer hoe ik moet doen.” en ik ga een stukje wandelen.

Dat helpt. Waar maak ik me druk om? Waarom loop ik zo te pushen? Het is toch helemaal niet erg als hij lage cijfers haalt? En hij mag ook gewoon blijven zitten of naar 3 Havo. Het maakt me allemaal helemaal niet uit. Het is een slimme en grappige jongen, met een diepe passie voor zijn sport: linksom of rechtsom komt hij er wel.

Ik loop weer naar zijn kamer. Hij zit te gamen. Ik zeg: “Stop eens even?” Hij stopt zowaar. “Ik kom even sorry zeggen. Ik moet me niet zo druk maken. Vanaf nu ga ik me niet meer met je bemoeien.”

“Maar ik wil wél dat je je ermee bemoeit, mam. Anders doe ik niks”.

En zo praten we voor het eerst weer écht. Over hoe lastig het is om te stoppen met een spelletje. En hoe hij berekend heeft dat hij elke pauze op zijn telefoon spelletjes doet, dat dat bij elkaar een uur per dag is. Een uur waarin hij ook iets nuttigers had kunnen doen. Hoe hij zelf ook wel inziet dat hij beter eerder kan beginnen. Hèhè…

Maar de volgende avond…. is het weer hetzelfde verhaal: de hele zondag niks aan school gedaan, terwijl er twee SO’s aankomen. Ik vergeet al mijn goede voornemens en begin hem ten overstaan van het hele gezin bij de avondmaaltijd toe te bijten dat ik het hé-le-maal zat ben. Vader en dochter houden wijselijk hun mond. Ik eindig mijn betoog met de waarschuwing dat hij vanavond woordjes gaat leren, terwijl ik op zijn bed met mijn laptop ga zitten werken. 

Na het eten gaan we samen naar boven, we krijgen een drankje van de vader, en we maken van het nuttige het aangename. Hij zet zijn koptelefoon met muziek op en gaat woordjes leren met Quizlet. Ik doe mijn oortjes in en ga een blog schrijven. En ondertussen zie ik hem aan het werk. Eindelijk. Wat vredig zo, ik geniet. Het lijkt wel of het hem ook makkelijker af gaat zo. Een uur lang zonder pauze werkt hij door en hij draait zich om: ik heb alles geleerd.

Pffff. Weer een hobbel genomen!


Uiteraard vroeg ik zijn goedkeuring om dit blog te publiceren. Hij gaf zijn akkoord… en vroeg dezelfde avond na het eten:

“Zullen we weer naar boven gaan?”


Leave a Comment