“Ik kán wel leren, maar ik dóe het gewoon niet”

“Ik kán wel leren, maar ik dóe het gewoon niet”


Uitdagend en glimlachend tegelijk kijkt hij me aan bij deze eerste sessie, een charmante jongen van een jaar of 15.

Zijn ouders zijn erg bezorgd om zijn cijfers, of hij wel over gaat, of hij wel op school mag blijven als hij afstroomt… Aanvankelijk wilde hij ook niet komen, maar door wegblijvende resultaten is hij een paar maanden later alsnog voor mijn deur afgezet.

“Ik weet ook niet waarom ik hier zit. Ik kan het heus wel.”

Voor iemand die eigenlijk geen zin in coaching heeft, vind ik het al heel knap dat hij er toch IS. Ik geef hem een compliment.

“Ja, het moest ook van mijn moeder”.

Ik opper dat hij ook heel hard weg had kunnen rennen… maar blijkbaar zit het wat dat betreft wel goed in dat gezin: hij doet nu toch maar mooi wat nu eenmaal moet.

Chagrijnig is hij niet, eerder laconiek. En altijd superaardig en beleefd:

“Leuk huisje heeft u zo hier.”

Dank je wel!

“Als ik écht wil, kan ik wel goede cijfers halen. Maar ik doe het gewoon niet”.

Hij vertelt over zijn ouders en andere familieleden, wat ze allemaal doen. Hoe ondernemend ze zijn. Hoe goed ze kunnen leren. Maar hij vertikt het om er zelf aan mee te doen. Geen zin.

Leuke dingen zijn er genoeg: hangen met vrienden, stappen, gamen (niet eens zoveel), lekker bezig zijn. School valt daar niet onder, nee…

We gaan zijn opties eens uittekenen: wat gebeurt er als je op deze manier doorgaat? Wat voor opties zijn er aan het einde van het schooljaar?

Overgaan, zou dat nog kunnen? Afstromen en wel op school blijven? Of dan toch naar die andere school?

“Nee dat laatste dat wil ik absolúút niet. Ik wil écht op deze school blijven.”

Kijk, nu hebben we het ergens over. En wat moet er veranderen, wil je op deze school kunnen blijven? Zo vullen we het eerste uur met ons gekeuvel. Hij geeft een goed beeld van hoe hij leert, en hij gaat onderzoeken of er überhaupt nog kans is dat hij op school mag blijven. Ik hoop dat ze hem deze strohalm nog gunnen.

Bij het afscheid vraag ik of hij nog eens wil komen. Dan gaan we eens verder kijken welke vakken nu aandacht nodig hebben, en gaan we ook eens checken hóe hij eigenlijk leert, als hij al leert.

“Ja, ik vind het eigenlijk wel fijn hier!”

En zwaaiend stapt hij weer bij zijn moeder in de auto.

Nawoord

Ik heb vier keer met hem gezeten: over motivatie, over hóe je eigenlijk leert, hoe je je huiswerk plant. We hebben samen een hoofdstuk aardrijkskunde samengevat. En we hebben gepraat over wat hij later wil worden, waar hij goed in is.

Van zijn school heeft hij te horen gekregen dat als hij in elk geval verbétering laat zien, hij niet van school hoeft.

Dus na dit traject heb ik hem uitgezwaaid: nu moet je zelf aan de bak jongen, ik wens je veel succes!

Wat het ook gaat worden, jij gaat er wel komen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit:

Voor de leeuwen…

Omgaan met jezelf