Motivatie bij je puber… waar zit die knop?

Motivatie bij je puber… waar zit die knop?

Ik weet gewoon écht niet meer wat ik moet doen om hem aan het werk te krijgen
Hij gaat liever vakken vullen dan huiswerk maken
Hij kán het best, maar ja, hij voert niks uit

Vroeger hoorde ik mijn moeder en tantes al zo over hun kinderen praten. Vaak jongens: totale desinteresse voor school en huiswerk, vooral bezig met de leuke dingen van het leven, zoals sporten, meisjes, uitgaan, bijbaan…

Dat ouders met hun puber in de clinch liggen, is iets van alle tijden. Zelfs bij de oude Grieken klaagde Socrates al over de jeugd:

Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training. Jonge mensen staan niet meer op als een oudere de kamer binnenkomt. Zij spreken hun ouders tegen, houden niet hun mond in gezelschap … en tiranniseren hun leraren.

Wat is dat eigenlijk, motivatie?

Motivatie heeft dezelfde Latijnse oorsprong als het Engelse ‘to move’: bewegen. Eigenlijk kun je zeggen dat motivatie je startknop is om in beweging te komen: denk maar aan de dingen waar je écht voor gaat, waar je écht gepassioneerd over bent: dan komt die beweging, die actie, als vanzelf: je hebt er motivatie voor.

puber motivatie

Ik kan me heel goed voorstellen dat dit bij pubers en school niet altijd vanzelf gaat… waarom zou je daar je tijd en energie in stoppen? Die toekomst is nog zó ver van je bed, je prioriteiten liggen totaal anders. Maar ja, wat kun je dan als ouders doen, om je kind tóch gemotiveerd te laten werken?

Wat ouders meestal doen… en niet werkt

Er zijn zo kort door de bocht twee manieren die ouders inzetten om hun puber te motiveren:

  • Straffen/belonen. Hoewel dat op korte termijn wel kan helpen (we willen allemaal pijn vermijden), is dit nooit écht de aanzet tot daadwerkelijke verandering. Je creëert geen motivatie van binnenuit en daarom zal dit vaak niet blijvend werken bij je puber.
  • Praten, praten en nog eens praten, in alle varianten die er zijn: preken, smeken, uitleggen, dreigen… Gaaaaaaaap, je ziet de luikjes al dicht gaan.

Hoe ontstaat motivatie?

Als het gaat om een echte gedragsverandering, ontstaat de motivatie vaak pas in het dóen. Je hoeft dus niet eerst die enorme bron van motivatie te zoeken en  aan te boren, zorg eerst dat je je kind zover krijgt om een paar dingen ánders te gaan doen.

In het doen ontdekt het kind pas wat de voordelen zijn en wat het een leuke uitdaging maakt, dan ontstaat vaak pas de echte motivatie om verder te gaan.
Ga maar na hoe dat bij jezelf werkt. Als ik een tijdje niet gesport heb, ben ik écht niet gemotiveerd om het weer op te pakken. Pas als ik me op pure wilskracht richting sportschool gewerkt heb, en begin te bewegen, dan voel ik wat het allemaal met me doet en wil ik méér.

Kún jij een ander wel motiveren?

Als motivatie van binnenuit ontstaat, en vooral in het dóen, wat is dan jouw rol als ouder? Kun jij je kind wel motiveren? Dat zijn goede vragen om mee te starten als het over dit onderwerp gaat. Er bestaat helaas geen ‘motivatiepil’, geen handleiding: als je dít doet, dan werkt het. Jouw rol bestaat uit het creëren van de omstandigheden, waardoor het kind de motivatie in zichzelf gaat zoeken en vinden. Zodat het zélf de verbinding gaat maken met dat wat belangrijk voor hem of haar is. De relatie die jij met je kind hebt, is hierbij cruciaal. Bovendien moet je puber er zelf ook klaar voor zijn, het zelf ook willen. Zorg daarom voor een veilige omgeving, waarin je kind zich geaccepteerd en gesterkt voelt. Hieronder lees je hoe je je kind vervolgens het beste kunt begeleiden.

In vijf stappen naar verandering

motivatie tiener

De psycholoog en onderzoeker James Prochaska heeft een model ontwikkeld rondom ‘vrijwillige geplande gedragsverandering’. Psychotherapeut Dennis Bumgarner maakte een prachtige vertaalslag van dit model voor ouders van ongemotiveerde pubers: in vijf fases help je je kind om van binnenuit op zoek te gaan naar nieuw gedrag. Welke rol je als ouders inneemt in elke fase, lees je hieronder:

1. De “Ja, maar”-fase

Je kind beseft niet welke verandering nodig is. Is het nooit met je eens.
Jouw rol: een nieuwsgierige houding, stel veel ‘Wat als‘-vragen.

Wat zou er gebeuren als je cijfers hoger waren?
Wat als alles bleef gaan zoals het nu gaat?
Hoe verwacht jij dat dingen veranderen als jij niks verandert?
Wat zouden je vrienden denken?

Met een nieuwsgierige houding wakker je ook de nieuwsgierigheid bij je kind aan.

2. “OK, misschien moet het anders”

Je kind ontdekt zelf dat het misschien toch niet zo lekker gaat en er iets moet veranderen.
Jouw rol: onderdruk de neiging om blij op de tafel te gaan dansen of ‘hè hè!’ te roepen. En ga je kind ook niet overladen met complimentjes en zéker geen tips. De gouden sleutel in dit proces is dat jij nu alleen maar zegt:

Mmm, ik weet het niet. Wat vind je er zelf van?

Je suggereert dat jij het ook niet beter weet én je bent geïnteresseerd in zijn of haar mening. Dát is hoe je de weg opent naar echte motivatie van binnenuit. Dus geef geen ideeën of advies, maar stel vragen en luister.

3. De eerste kleine stapjes

Je kind gaat op zoek naar hoe het kan veranderen: een maatje zoeken, Googelen naar tips of huiswerkbegeleiding.
Jouw rol: blijf op de achtergrond: geef geen adviezen, neem een nieuwsgierige houding aan, zonder al teveel vragen te stellen. Hou er rekening mee dat je kind een tijdje tussen fase 2 en 3 kan zwalken: iets uitzoeken, weer twijfelen, weer iets overwegen, weer iets uitzoeken.

4. Actie: nieuw gedrag en vooruitgang

Je kind gaat huiswerk maken, vrienden of docenten inschakelen voor hulp, het gaat zich echt anders gedragen en het zal vooruitgaan.
Jouw rol: hou je vooral in met juichen, laat je kind zelf ontdekken wanneer het goed gaat en eigen hoera-momenten voelen. Wat je wel kunt doen is vragen: ‘Hoe is dit nu voor jou?’.

5. Het volhouden van de verandering

Als je kind deze verandering zes maanden heeft volgehouden, kun je wel stellen dat het een nieuwe gewoonte is geworden. Yes! Wat zal de sfeer in huis inmiddels verbeterd zijn!
Jouw rol: tja, wat is jouw rol nu nog…? Wat was je rol eigenlijk? Besef vooral goed dat je kind dit zélf heeft gedaan. Als het je lukt om dat ook goed duidelijk te maken aan je kind, zal dat een enorme boost voor zijn of haar zelfvertrouwen zijn.

Meer lezen? Ik heb een heel e-book over dit onderwerp geschreven. Kijk hier voor meer informatie en vraag het gratis aan!

14 thoughts on “Motivatie bij je puber… waar zit die knop?

  • Hallo Mariette, dank voor je mooie verhaal over intrinsieke motivatie. Ik ben helemaal met je eens, dat kinderen zelf hun intrinsieke motivatie moeten aanboren om actief te kunnen worden. Wat ik graag wil toevoegen is om als ouders (en leraren) los te laten, dat kinderen dingen moeten leren, die wij belangrijk vinden. Het is veel belangrijker dat kinderen mogen ont-wikkelen wat ze zelf aan unieke talenten en mogelijkheden hebben mee gekregen, i.p.v. dat wij ze vertellen wat ze moeten leren. Een kind dat door volwassenen wordt begeleid en gefaciliteerd in het ont-wikkelen van wat allang in het kind aanwezig is, is intrinsiek gemotiveerd en heeft helemaal geen aansporing nodig. Dit wordt al bijna een eeuw lang bewezen door de diverse vormen van democratisch onderwijs, waar kinderen zelf de regie over hun leerweg krijgen en daarvoor verantwoordelijkheid leren nemen.

    Als een kind gedemotiveerd gedrag vertoond, spiegelt hij ook iets terug aan zijn volwassen omgeving (ouders, leraren etc.) over hun eigen gedrag. Gandhi zei het al: Wees de verandering die je wilt zien in anderen en als ik dat doortrek naar het willen veranderen van gedemotiveerde kinderen, zullen de ouders eerst in de spiegel moeten durven kijken wat er in hun eigen gedrag kan veranderen om het kind weer intrinsiek gemotiveerd te krijgen. De motivatieknop zit misschien allereerst wel in het veranderende gedrag van de volwassene?

  • Corrie

    Mooi verhaal. Ik zit alleen nog met het volgende. Als ik de belangstellende “wat als” vragen stel krijg ik steevast dezelfde antwoorden: “dat weet ik niet”, “dat zie ik dan wel weer” enz. Met die antwoorden kom ik dus niet echt verder. Iemand ervaring met dit soort antwoorden en wat daar dan mee te doen?

    • Oh ja herkenbaar Corrie. Ik zou denken, misschien was het niet het juiste moment en had je nog niet echt ‘rapport’ (contact) om zo’n gesprek te voeren. Je zit misschien nog teveel in de ouder-kind / leraar-kind coach-kind modus, waardoor het kind zich aangevallen/gecontroleerd voelt en in de weerstand schiet. Zou je nóg meer in de nieuwsgierige houding kunnen stappen? Ik ben benieuwd of anderen hier nog tips of aanvullingen voor hebben, want je bent vast niet de enige die dit zo ervaart!

  • Interessant artikel! Ik begeleid veel kinderen die niet gemotiveerd zijn om huiswerk te maken. In gesprek gaan en zelf keuzes laten maken werkt is mijn ervaring.
    Ik laat kinderen altijd een vragenlijst invullen, waarbij ze zelf invullen over motivatie, plannen, leren. Aan de hand daarvan lukt het goed om in gesprek te gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Sorry, weer zo'n irritante melding. Deze site werkt met cookies: wil je verder gaan, ga dan eerst akkoord met het gebruik hiervan. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies', zodat je niet eerst allerlei aparte toestemmingen hoeft te geven. Als je doorgaat op deze website zonder je cookie-instellingen aan te passen of als je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten