Het is zaterdagmiddag en je dochter zit weer op haar kamer, alleen. Ze vermaakt zich wel met haar telefoon of misschien ook boeiender hobby’s, maar waarom spreekt ze met niemand af?
Veel ouders herkennen wel de zorg om vriendschappen bij je kind. Te weinig vrienden, te veeleisende vrienden, foute vrienden, met slechte invloed… of misschien juist dat je kind buitengesloten wordt en niemand heeft. We hebben de neiging om ons ermee te bemoeien, om dingen te fixen. Soms is onze hulp niet nodig of helpend.
Steeds meer aan de zijlijn
Op de basisschool heb je als ouder nog veel invloed en controle. Je maakt de speelafspraken, je kent de andere ouders en je ziet met eigen ogen hoe je kind met anderen omgaat. Bij elk akkefietje kun je ingrijpen.
Op de middelbare school verandert dat allemaal. Je kind fietst zelf naar school, de vrienden wonen verder weg en het contact loopt voor een groot deel via de telefoon. Je hoort alleen nog wat je kind zelf wil vertellen, en dat is op die leeftijd meestal niet zoveel. Juist doordat je minder ziet, kun je je meer zorgen gaan maken: je vult de gaten in met je eigen verbeelding, en dat is niet altijd positief.
Als je kind het anders doet dan jij
Soms worden er kinderen aangemeld in mijn praktijk van wie de ouders zich zorgen maken over dat sociale stuk. Ze komen zelf graag onder de mensen en hun kind trekt zich juist terug. En als ik zo’n jongere dan spreek, dan hoor ik eigenlijk niks ergs: het is al druk genoeg op school, thuis wil ik gewoon alleen zijn: dan moet ik m’n ‘sociale batterij’ opladen.
Je kind maakt soms andere keuzes dan jij voor ogen hebt. Bijvoorbeeld vrienden die jij nooit zou kiezen, of vooral contact met online vrienden. Doordat we snel met een oordeel komen of ongevraagd advies, kan je kind jouw mening als afwijzing voelen en dan juist nog minder met je delen.
Het kan dus helpen om je eigen maatstaf (wat je hoopt voor je kind, wat je je kind zo graag gunt) even naast je neer te leggen en je gewoon eens nieuwsgierig af te vragen wat een vriendschap je kind oplevert. Met ‘Wat vind je leuk aan hem?’ kom je verder dan met ‘Waarom spreek je nooit eens met iemand anders af?’.
Als je kind er zelf last van heeft
Er zijn ook situaties waarin je zorg wel klopt. Je kind wordt buitengesloten, een vriendschap die ineens stopt, of je dochter past zich aan wanneer een vriendin boos wordt als ze ook met anderen omgaat. Het is logisch dat je kind daar last van heeft, en dat mag je als ouder serieus nemen.
Vriendschappen op de middelbare school zijn eigenlijk heel ingewikkeld. Je moet het maar doen met degenen met wie je toevallig in een klas bent gekomen. En als je eenmaal een groepje hebt, dan zie je vaak dat kinderen zich gaan aanpassen: je lacht mee om grappen die je eigenlijk gemeen vindt, kiest kleding die bij de groep hoort en zegt ja tegen plannen waar je eigenlijk geen zin in hebt. Niet altijd natuurlijk, maar soms is het echt een beetje ‘overleven’ in die jungle van school.
Onder dat aanpasgedrag zit bijna altijd de angst om afgewezen te worden, het is al fijn dat je bij een groep hoort. Het is een angstig gevoel, dat je alleen meetelt als je het goed doet, en dat één verkeerde stap genoeg is om erbuiten te vallen. Zo’n kind is de hele dag bezig met inschatten wat anderen van haar vinden en kan daar helemaal moe of gestresst van raken.
Wanneer heb je reden tot zorg?
Als je kind gewoon vrolijk doet en er is verder geen zorgelijk gedrag dan is het niet altijd nodig dat je ingrijpt. Of als je kind in gezelschap van vrienden/vriendinnen heel anders doet dan bij jullie thuis, dat hoort er ook een beetje bij. Het is ook een fase waarin ze aan ontdekken zijn: wie ben ik in welke groep.
Het belangrijkste is hoe het met je kind gaat. Als je kleine veranderingen merkt, zoals dat je kind wat stiller wordt, zich terugtrekt op zijn kamer, op zondagavond buikpijn heeft, of meedoet met ‘fout’ gedrag, dan heb je wel reden om eens goed te praten.
En natuurlijk ook als je kind het zelf aangeeft. Er is niets zo verdrietig voor ouders als je kind dat niet (meer) bij de groep hoort, ik schreef er ooit uit eigen ervaring over.
Wat je als ouder kunt doen
Begin met luisteren, ook als je het liefst meteen met een oplossing zou komen. Een kind dat zich gehoord voelt, vertelt de volgende keer weer iets, terwijl een kind dat direct advies krijgt, het daarna liever voor zich houdt. Vragen als ‘Hoe was dat voor jou?’ of ‘Wat zou je het liefst willen?’ geven je kind de ruimte om zelf te ontdekken wat ‘ie ervan vindt.
Probeer je oordeel over die ene vriend voor je te houden, hoe moeilijk dat ook is. Afkeuring werkt bij pubers vaak averechts, omdat ze hun vriend dan gaan verdedigen en nog dichter naar hem toe trekken. Je bereikt meer door te benoemen wat je ziet: ‘Ik merk dat je vaak moe bent als je bij hem bent geweest, klopt dat?’ Of ‘Ik zie je altijd wat drukker doen als je met hem bent, klopt dat?’
Zorg er daarnaast voor dat thuis de plek blijft waar je kind zichzelf kan zijn. Een kind dat zich thuis geaccepteerd voelt zoals ‘ie is, durft buiten de deur makkelijker een eigen keuze te maken. Dit is een lastige omdat hij een dubbele lading heeft: je wilt dat je kind meer zelfvertrouwen heeft en steviger staat in dat soort vriendschappen, maar als je veel commentaar en adviezen geeft, kan je kind ook juist onzekerder worden (‘blijkbaar vinden m’n ouders dat ik het niet zelf kan’).
En als er iets op school speelt, wanneer moet je dan de mentor inschakelen? Op de basisschool was dat allemaal wat eenvoudiger. Bij een puber speelt ook veel schaamte, dus overleg liefst eerst met je kind zelf wat je gaat doen, of laat je kind meelezen voor je iets mailt. Ingrijpen is op zijn plaats als er sprake is van pesten, als je kind echt geïsoleerd raakt en ongelukkig is.
Je kind kiest zijn eigen mensen
Je kind maakt eigen keuzes, ook in wie hij of zij om zich heen verzamelt. Die keuzes zien er soms anders uit dan jij had gehoopt, en af en toe gaat het mis. Daar leert je kind van, zeker als jij in de buurt blijft om op terug te vallen. Jouw vertrouwen dat je kind het kan, is een van de stevigste steuntjes die je kunt geven.
In een volgende blog ga ik in op de (eerste) relatie van je kind, the next phase… waar veel van deze zorgen in een nieuwe vorm terugkomen.
Merk je dat je kind zich in vriendschappen vooral aanpast, uit angst om afgewezen te worden? Soms kan een gesprek met iemand van buitenaf al helpend zijn: ik help jongeren met het oefenen van de vaardigheden rondom grenzen aangeven en werk rondom zelfbeeld en zelfvertrouwen.
En soms zijn het nare ervaringen uit het verleden die je kind nu nog wat angstig houden, die kunnen we aanpakken met bijvoorbeeld EFT of hypnotherapie. Je kunt altijd contact met me opnemen via een gratis kennismakingsgesprek om hierover verder te praten.



