Een moeder op het schoolplein vertelt over de hondencoach die in het gezin is komen kijken (als ervaren Cesar Millan-kijker verbaast het mij niet, dat er hondencoaches bestaan). De hond blafte altijd zo erg bij mensen die aan de duur kwamen.

In dit huis is de hond de baas

Het was zo’n eye opener, vertelt ze. De coach zag het meteen: hier in huis is de hond de baas. Niemand anders neemt de leiding, dus doet de hond het. Maar de hond kán dat niet, en dat weet hij zelf ook wel. En dat geeft die onrust bij hem.

baas in huisDe moeder doet voor hoe ze nu wél de leiding neemt: ze recht haar rug, het is vooral een innerlijke beweging waarmee je natuurlijk leiderschap uitstraalt. Het was zó bijzonder hoe de hond daar meteen op reageerde, zegt ze. Vanaf dat moment was het overmatige geblaf meteen over.

En… voegt ze er opgetogen aan toe: opeens snapte ik het. Zo werkt het ook met onze kinderen! We moeten er allebei om lachen, om deze eye opener. Ook kinderen hebben grenzen nodig, ze vrágen er soms om! Niet letterlijk natuurlijk, maar je herkent het in hun gedrag.

Een paar weken terug ontving ik een stel ouders dat kwam praten over de opvoeding van hun zoon. Het kind was zó vaak boos over de opgelegde grenzen (beeldschermgebruik, bedtijd). We hadden het over grenzen. Hoe geef je je grenzen aan? Wie is de baas in huis? Met name de vader had moeite met het woord autoriteit: de ouders van nu willen niet te autoritair zijn. En dat botst met kinderen, die moeten leren met grenzen om te gaan.

Het Grote Opvoedspel

Ik legde deze ouders het Grote Opvoedspel uit. Met een  vlakke hand in de lucht gebaarde ik een denkbeeldige grens: dit is de grens die jullie je kind opleggen, bijvoorbeeld rond bedtijd. Met mijn andere vuist botste ik van onderaf tegen die grens aan: dit is je kind, die de grens ter discussie stelt. Dit (ene hand) zijn jullie, en dit (andere hand) is jullie kind. In het Grote Opvoedspel hebben jullie als taak die grenzen te bewaken, en je kind heeft als taak er tegenaan te rammen. Telkens opnieuw. Elke dag weer.

het grote opvoedspelEn elke keer als hij tegen de grens ramt (met een driftbui, met een discussie, op wat voor manier dan ook), vraagt je kind onbewust om bevestiging: is deze grens er nog steeds? En jullie zorgen telkens opnieuw voor die bevestiging. Hoe rustiger je blijft, hoe minder wanhopig (omdat het elke dag opnieuw gebeurt), hoe beter je kind hiermee om zal leren gaan.

Een week later mailen ze:

“Ontzettend bedankt voor het juiste zetje in de goede richting. Het lijkt z’n vruchten af te werpen, X is opeens weer een stuk rustiger en veel minder aan het schreeuwen. Het negeren en weglopen lijkt te helpen, we houden dit nu ook samen vol. Best mal dat het de kleine dingen zijn die het verschil maken.”

Tips, als jouw kind tegen je grenzen schopt:

  1. Blijf rustig. Denk aan het Grote Opvoedspel. Laat je niet gek maken door gedachten dat je kind het nu onderhand zou moeten weten, dat het nooit luistert, en dat je je niet serieus genomen voelt. Blijf gewoon stug in je rol van ouder die de grens bewaakt.
  2. Terwijl je de grens aangeeft, zorg je ook direct voor afleiding: nee, je weet dat dit niet mag, en als je nu gewoon boven je pyjama aan doet en je tanden poetst, dan hebben we zo nog tijd om wat extra te knuffelen/lezen/etc.
  3. Soms is het goed om na te gaan of je grenzen ook wel de juiste grenzen zijn. Sommige kinderen kunnen best wat ruimere grenzen hebben. Vergelijk het met paarden die in de wei lopen, begrensd door een hek. Bij sommige kinderen kun je de speelweide best uitbreiden. Afhankelijk van de leeftijd van je kind, kun je hier ook over praten. Niet omdat alles onderhandelbaar is, maar omdat je je kind en zijn groei serieus neemt.
  4. Denk aan je ademhaling. Innerlijke autoriteit vind je in jezelf, zeg maar in de rechthoek van je romp. Voel eens wat er gebeurt als je diep ademhaalt, je rug recht, en met je aandacht naar je buik gaat. Als je vanuit dat gevoel met je kind praat, heb je een heel andere energie.

 

2 Thoughts to “Wie is de baas in huis? Over grenzen aangeven”

  1. Ellen

    Hoi Mariëtte, herkenbaar! Je zou er alleen altijd uitgeslapen voor moeten zijn en niet-haastig ;-).
    Ik heb twee jongens. De jongste is een denker. Bij hem werkt het heel goed om hem uit te leggen: je kan wel boos op me zijn omdat je nog niet naar bed wil, maar als iemand moeder of vader wordt … (vertel ik over de drie belangrijkste taken, waartoe ouders op aard zijn). Meteen ook heel erg gemeen, want deze denker ontneem ik op dat moment het kunnen boksen tegen grenzen. Gelukkig kan hij dat ook :-). De oudste is inmiddels veertien, in aard best onzeker altijd geweest (niet te) en trots op zichzelf kunnen zijn zet hem in bloei, is een stimulans. Hem vertel ik (en voor mij werkt dat ook): je krijgt de moeder die je verdient! Jij wil geen bemoeienis met planning? Als jij zegt dat je het in de hand hebt, geloof ik (in) je. Wil je erop terugkomen? Helemaal goed! Ik stel in deze modus alleen hulpvragen, kijk niet in Magister want ik vind dat je ook recht hebt op je eigen fouten. En die zelf goed te kunnen maken. Gooi je er met de pet naar? Ajjjj…. dan krijg je ook de moeder die je verdient. Controle en bemoeienis. En gek genoeg: dan wordt de grote jongen weer een kind die in veel gevallen zich mak als een lammetje aanvleit tegen de grenzen. Tot hij weer tegen me zegt: meissie, vertrouw me maar. Daar is geen moeder tegen opgewassen.

    1. Bedankt voor je reactie Ellen! En wat zoet ‘meissie, vertrouw me maar’, wat een lieve zoon… Veel plezier en succes met de verdere zoektocht die Opvoeden heet!

Leave a Comment