Op wiens schouder zit het aapje?

Op wiens schouder zit het aapje?

Van de week appte ik met een bezorgde moeder, die even niet meer wist hoe het verder moest met de schoolresultaten van haar kind. Wijs zei ik: “Het aapje zit meer op jouw schouder dan op die van hem”. Een mooie uitdrukking die ik nog uit het bedrijfsleven ken: soms heb je een aapje op je schouder dat helemaal niet van jou is. Je zet het er zelf op, of iemand anders zet het erop. De kunst is dat het aapje weer bij de juiste persoon terecht komt… En dat besefte ik vanmorgen zelf ook maar weer, met onze eigen 14-jarige.

Een paar weken geleden, vrijdagavond

“Ik moet maandag een boek uit hebben.”

“Een boek? En je moet nu nog beginnen? En morgen ben je de hele dag weg!”

“Dat lukt me heus wel.”

Zondagavond

“Het is uit. Het was best een leuk boek, spannend ook.”

“Mooi zo, goed gedaan! En nu? Moet je er morgen over praten?”

“Weet ik niet.”

“Hoezo ‘weet ik niet’? Je weet toch wel wat de opdracht is?”

“Volgens mij moeten we er een mindmap over maken. Ik zie wel.”

Op dit stuk zal ik hem nooit begrijpen…

Maandagavond

“En? Heb je in de les aan je mindmap gewerkt?”

“Nee het is pas voor na de proefwerkweek.”

Pffft al die haast voor niks.

Twee weken later, woensdagavond 18:30

“Weet je nog van dat boek? We moeten morgen de mindmap inleveren.”

“En? Was je er al aan begonnen?”

“Ja, maar dat heb ik op school laten liggen.”

“Zal ik je helpen? Ik ben een prof in mindmaps.”

“Nee het lukt me wel.”

“OK, succes!”

Woensdagavond 21:30

Ik heb de was gevouwen en loop met zijn stapel zijn kamer in. Hij zit fanatiek te gamen.

“Hee, is het gelukt, is je mindmap af?”

“Nee, het lukte niet. Ik snap het niet.”

Nou breekt mijn klomp.

“EN DAN GA JIJ ZITTEN GAMEN? IK ZIT HIER DE HELE AVOND TE NIKSEN EN HEB MIJN HULP AANGEBODEN EN DAN GA JIJ ZITTEN GAMEN OMDAT JE HET NIET SNAPT?”

“Ja.”

“En je moet het morgen inleveren?”

“Ja.”

“Hoe zie je dat dan voor je?”

“Ik weet het niet.”

“Je staat een 5 voor Nederlands. Met dit soort opdrachten kun je je cijfer gemakkelijk ophalen. En dan ga jij zitten gamen???”

Stem van beneden, de vader: HET IS BEDTIJD, TANDENPOETSEN

Ik sta in dubio… hij moet naar bed. Het moet af. Hij staat een 5. Die 5 moet weg. Maar mijn man hecht erg aan de vaste bedtijd van de kinderen. Loyaliteitsconflict. Ik roep naar beneden dat wij nog even een mindmap gaan maken.

Even later…

Hij zit met een leeg A3-vel voor zich, en bekijkt het voorbeeld dat een aardig meisje in de groepsapp heeft gezet. OK, de titel komt in het midden, in een cirkel. Hoe ga ik die cirkel tekenen? Hij zoekt een rond voorwerp om zich heen. Ik zeg: “Daar hebben we geen tijd voor, hup, je tekent een rondje eromheen en klaar. Goed zo.”

De zijtakken zijn al door de docent gegeven: personages, tijd, plaats, verhaal, mening en nog wat van die dingen.

Probleempje: het boek is alweer ingeleverd, dus alles moet nu uit het hoofd. De hoofdpersonen weet hij nog wel, maar niet de namen van de ‘bij-personen’. Hij begint te googelen, en nog eens te googelen, ik word ongeduldig. Kom op, doorgaan, we zijn pas bij de eerste tak, dan maar geen namen.

Nu ik hem zo bezig zie, snap ik wat er gebeurt als hij alleen is. Ik zie letterlijk hoe hij steeds verzandt in details die er voor mij niet zo toe doen. Zo ging het ook bij het maken van werkstukken op de basisschool. Een regel typen en dan uren zoeken om het juiste plaatje en de juiste lay-out erbij te krijgen.

We vorderen gestaag en hebben bij de laatste zijtak een mooi gesprek over ‘mening’: wat bedoelt die man daarbij? Waarom staat er ‘emoties’? Nou gewoon wat je van het boek vindt. Wat vind je van het thema? Wat voel je erbij? Het is een heftig boek over misbruik. Zo mondeling praat hij honderduit, nu nog even opschrijven.

Diezelfde avond 23:00

De mindmap is af! We zijn voldaan, hij heeft veel geleerd, ik ben zo trots dat ik hem zelfs op mijn Facebook zet…

Eind goed al goed!

Of niet?

De volgende avond 21:00, na zijn sporttraining

“Heb je je mindmap ingeleverd?”

“Nee, ik doe het morgen in zijn postvakje.”

“En heb je nu nog huiswerk?”

“Ja, ik moet over dat boek nog een lijst vragen beantwoorden. Ook voor morgen.”

Wááááat! Denk ik van binnen…. houdt dit project nou nooit op?

“Zal ik je helpen?”

“Nee, dat hoeft niet.”

En weer loop ik doelloos door het huis. Man en dochter doen natuurkunde, zoon wil alleen werken. Raar mens ben ik toch. Ik voel me schuldig als ik ’s avonds weg ben voor werk, krijg daar soms verwijten over. Maar als ik thuis ben, zit niemand op me te wachten. Ik ruim wat op en besluit in bad te gaan. Me-time.

Donderdagavond 21:30

Ik lig nog geen 5 minuten in bad, of hij komt binnen.

“Ik snap die vragen niet.”

“Wat voor vragen?”

“Nou, wat vond je vooraf van het onderwerp, wat waren je verwachtingen, zijn je verwachtingen uitgekomen, enzovoort.”

Ondertussen komt dochter ook binnen om haar tanden te poetsen en ze beginnen elkaar te trekken en te duwen in onze piepkleine badkamer. En ik lig daar in bad me-time te hebben. Echt zennn ben ik nog niet.

“Ik bood net hulp aan, je wilde het niet, en een half uur later kom je zeggen dat je het niet snapt. Wat heb je dan al die tijd gedaan?”

“Gewoon, naar die vraag gekeken en verder niks.”

“Als je het nou meteen gevraagd had, was ik niet in bad gegaan.”

“Laat maar. Ik ga naar bed.”

Het zit me niet lekker hoeveel onrust dit bij mij brengt. Ik doe het mezelf aan, maar hij maakt het erger met zijn vage opmerkingen. Na mijn bad ga ik nog bij hem langs en ik leg uit dat hij me gek maakt met dat duwen en trekken: niet helpen, wel helpen, niet weten, wel weten. Hij reageert weinig begripvol:

“OK. Ik ga slapen.”

“Maar je moet het morgen inleveren?”

“Ja.”

Ik heb een déjà-vu van de avond ervoor en begrijp hem niet. Bovendien heb ik zóveel tijd in dit stomme boek gestopt dat ik het gewoon niet accepteer dat hij nu de tweede helft van de opdracht afraffelt. Dan was al mijn tijd ook voor niks. Het aapje blijft nog lekker op mijn schouder:

“Wanneer ga je het maken dan?”

“Morgen in een tussenuur of zo.”

Ik maal nog lekker door. Die-opdracht-moet-af, denk ik bezeten. Ik maak me veel te druk om iets dat eigenlijk bij hem hoort. Ik app hem zelfs vanuit bed: hoe laat is je tussenuur? Dan kom je naar huis en doen we het even samen.

Geen antwoord.

Vrijdagmorgen 7:45

“Goedemorgen jongen! Tijd om op te staan. Rise and shine!”

“Hoi…. Het is af.” klinkt het slaperig.

“Huh? Wat is af, die vragen over dat boek? Wanneer dan?”

“Gisteravond laat”

Aan het ontbijt bekent hij:

Ik ging pas om half 3 slapen, ik heb eerst gewacht tot het stil was bij jullie en toen ging ik aan het werk. Ik wilde het gewoon zelf doen. Ik heb het ook meteen naar de docent gemaild.

En eindelijk kan ik er weer als volwassen persoon naar kijken, in plaats van het perfectionistische kind dat ik zelf vroeger was. Hèhè. Hij wilde het gewoon zelf doen, hij is het zat, al die bemoeienis en besloot om het midden in de nacht te gaan doen.

Eindelijk zat het aapje waar het moest zitten, op zijn schouder, en heeft hij het zelf opgelost. Toch wat geleerd van dit avontuur. Allebei….

Het blijft trouwens een spanningsveld, als je kind geen ‘startmotor’ heeft en jijzelf een Ferrarimotor…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site werkt met cookies: wil je verder gaan, ga dan eerst akkoord met het gebruik hiervan. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies', zodat je niet eerst allerlei aparte toestemmingen hoeft te geven. Als je doorgaat op deze website zonder je cookie-instellingen aan te passen of als je klikt op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten